Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gaan dan het amendement zelf Ik wensch namelijk, behalve hetgeen door het geachte lid uit Gorkum is voorgesteld, de gansche alinea b te zien vervallen. Dan behoudt men enkel het reservefonds, dat dienen moet om de tekorten van sommige jaren door overschotten van andere te dekken Groeit dat fonds boven hetgeen daartoe noodig is aan, dan diene de overvloed tot verlaging der rente, maar niet tot kapitalisatie.

De heer Mackay kwam tegen het amendement in verzet. Het heffen van hooge renten, zei hij, met het doel daaruit kapitaal te vormen was zeker verkeerd; niet echter het bezitten van kapitaal als middel van rentevermindering, 't Golden hier slechts toevallige baten, die werden gebezigd tot aflossing van schuld, gelijk de staat door amortisatie zijn rentelast verminderde, en zoo tot verlaging van belasting kwam. Ook de minister bestreed het amendement.

Ik vraag verschooning. indien ik aanleiding gegeven heb dat op eene discussie van gisteren is teruggekomen. Tot mijn leedwezen heb ik die discussie niet kunnen bijwonen; ik ben eerst teruggekeerd op het oogenblik toen het amendement van den geacht-en afgevaardigde uit Utrecht (den heer van Goltstein) in stemming werd gebracht. Wellicht had ik anders in den loop dier discussie gelegenheid gevonden om hetgeen ik over het artikel, thans aan de orde, te zeggen had, toen aan de Vergadering te onderwerpen.

Wat de rede betreft van den geachten spreker uit Arnhem (den heer Mackay), die spreker heeft, dunkt mij. de voorname bedenking van den geachten afgevaardigde uit Rotterdam (den heer van Bosse) niet opgelost. Deze merkte op de vergelijking van den afgevaardigde uit Arnhem tusschen amortisatie van staatsschuld en eene bank van leening die een opgenomen kapitaal aflost, aan. dat de Staat zich van renteschuld bevrijdt, maar de bank een nieuw kapitaal in de plaats moet brengen om hare zaken te drijven. Bijgevolg is het slechts dan in het belang dei- bank, een kapitaal, dat zij schuldig is, af te lossen, wanneer zij een ander kapitaal op betere voorwaarden kan opnemen. Dat daartoe kapitalisatie deiontvangen rente noodig is. heeft de spreker uit Arnhem, dunkt mij, niet bewezen.

De Minister heeft mij de vrees toegeschreven, dat, bij bezit van eigen kapitaal, de rente, door de bank te heffen, te laag zal kunnen worden. Die vrees heb ik niet te kennen gegeven en ik koester haar niet. Ik wensch integendeel dat die rente zeer matig zij.

De Minister zegt — en hierin wordt hij door de afgevaardigden uit Arnhem en Nijmegen ondersteund — het doel van de wet is duidelijk; zie slechts art. 20. Maar ik heb geenerlei bedenking tegen het doel van de wet voor zooveel dat bij art. 20 wordt omschreven ; ik vinde slechts dat art. 23, inzonderheid alinea b. daar-

Sluiten