Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 33.

Bij den aanvang van de discussie over dit ontwerp heeft de Minister zich ten aanzien van de redactie tamelijk onverschillig betoond; nu hij zelf evenwel eene wijziging van redactie op art. 32 heeft voorgesteld, heb ik den moed, van mijne zijde, eene wijziging in bedenking te geven ten aanzien vaa art, 33. Wij lezen: „Door

L'dcT dei banken Worden' voor elke bank afzonderlijk,

.r. de artikelen dezer wet en van het reglement" enz! Men herinnert mij. Mijnheer de Voorzitter, dat hier eene wijziging is gebracht bij eene afzonderlijke nota, zoodat die opmerking v er\ Rit.

, P'e., "°'<l heeft insgelijks den tekst onder lit. s gewijzigd: zoodat aldaar nu moet worden gelezen:

„alle ^e^ere onderwerpen, wier regeling in de reglementen door Uns. in liet belang der banken en der pandgevers, en niet in strijd met de bepahngen dezer wet. bij algemeenen maatregel van inwendig bestuur mocht worden voorgeschreven."

Mij dunkt, het verband tusschen een algemeenen maatregel van inwendig bestuur en de wet mocht wel nauwkeuriger, wel meer

"i'schieil met den aa'd dei Zaak worden SeleSd dan hier is

Een algemeene maatregel van inwendig bestuur moet, geloof ik rusten op de wet, en het meest gewone karakter van zulk een maatregel ligt hierin, dat hij strekt tot uitvoering van de wet Maar in het ontwerp wordt de algemeene maatregel van inwendig bestuur geplaatst nevens de wet.

Het is ook, naar mij voorkomt, niet genoeg dat zoodanige maatregel met de bepalingen van de wet .niet strijde". De grond tot liet nemen van zoodanigen maatregel moet aanwezig zijn, en die grond is, dat tot uitvoering van de wet algemeene voorschriften worden vereischt. Derhalve vraag ik. of wanneer hier van een algemeenen maatregel van bestuur moet gesproken worden, dit niet meer overeenkomstig met het karakter van zoodanige verordening behoort te geschieden. °

*),et "llnister erkende, dat een algemeene maatregel van bestuur

artikpl °Unen f.e wet> Doch> zeide hiJ- indien de maatregel, in dit artikel genoemd, alleen behoorde te strekken ter uitvoering van de

dat deWr voorschrift overbodig. Het sprak immers van zelf, dat de koning de bevoegdheid tot uitvoering had. Maar hier was te doen om eene regeling „meer naast, dan krachtens de wet".

Het komt mij in het voorbijgaan voor, dat het oog van den °-eachten voorsteller van het amendement, dat laatstelijk werd voor-

Sluiten