Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaiin geen bezwaar zien. Wil hij. omgekeerd, voor amortisatie meer besteden dan 6 millioen. ik zal mij gaarne naar hem richten. Wij zullen, wat het cijfer betreft, medegaan, voor- of achteruit; het is om het beginsel te doen.

„Men moet consequent zijn — werpt de Minister ons tegen:

wat gij voorstelt is tweeslachtig." Indien dan toch in dat zoogenaamd tweeslachtig amendement een goed beginsel ligt, waarom dat niet aangenomen? Maar het is niet meer tweeslachtig, dan het zijn moest in den tegenwoordigen toestand van overgang. Immers is bij de begrooting van 1856 op een saldo van 1857, volgens het stelsel, dat tot dusverre gold, gerekend. Welnu, hetgeen aldus bij de begrooting van 1856 reeds vooruitgenomen werd, moest dooions amendement geëerbiedigd blijven. Maar in het aanstaande jaar zal men te eenen male vrij zijn: dan zal die tweeslachtigheid met den toestand van overgang ophouden; een overgang, thans eerst gemakkelijk, omdat, volgens het bericht van het Departement van 1 inanciën, in plaats van 14l/., millioen, waarop men vroeger rekende, over 1856 nagenoeg het dubbel, ruim 281/., millioen. uit de OostIndische baten is ingekomen.

Nog ééne opmerking. Mijnheer de Voorzitter. Ik heb niet dooiden Minister, maar door sommige leden, den twijfel hooren opperen, als of door de aanneming van ons stelsel zou worden belet, dat o\er de in 1857 te ontvangen Indische baten nog in den loop van datzelfde jaar, bijv. tot amortisatie, wierd beschikt. Ons amendement verhindert dit geenszins. De Minister van Financiën, nieuwe baten beschikbaar hebbende, kan op ieder tijdstip een ontwerp van wet, om de wijze van besteding te regelen, voorstellen. En het gevolg zal eenvoudig zijn, dat men in de begrooting voor 1858 zóóveel minder als beschikbaar batig saldo van het vorig jaar zal opnemen.

Replieken.

De Minister van Koloniën heeft ééne reden teyen en ééne reden voor het amendement. De reden tegen het amendement is historisch: „het amendement is nieuw en wij hebben tot dusverre een ander stelsel bij de begrooting omhelsd." Het tweede argument is: .de koloniale baten zijn wisselvallig." Juist omdat de koloniale baten wisselvallig zijn. stellen wij voor. niet wat nog ontvangen moet worden, maar hetgeen wij onder de hand hebben, op de begrooting beschikbaar te stellen. Het is derhalve overeenkomstig met de aktualiteit, het stelsel te wijzigen, al is het amendement strijdig met de overlevering, en al mocht door de bekrachtiging van hetgeen wij vragen de traditie verloren gaan. op welker behoud de Minister prijs stelt.

Nog een woord over hetgeen ik van den afgevaardigde uit de hoofdstad (den heer Baud) hoorde. Hij heeft het wapen, waarmede

Sluiten