Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van andere landen, dat wij tot een middel onze toevlucht moeten nemen, hetgeen door de wetgevers evenzeer als door de ontwik-

e mg en wetenschap van het recht algemeen is veroordeeld ?

Het amendement wordt met 26 tegen 23 verworpen.

Artikel o3. «Artikel 463 van het wetboek van strafrecht en artikel 20 der wet van 29 Juli 1854 (Stbl. no. 102) mogen worden toegepast bij veroordeeling in zake van jacht en vissoherij."

Toen het eerste ontwerp tot herziening der jachtwet in de sectiën werd onderzocht, heb ik verlangd, dat eene bepaling als van art. 463 van het Wetboek van Strafrecht en van art. 20 der wet van 9 Juni 1, 54, waaraan niet was gedacht, in de wet opgenomen wierd.Dat is nu geschied, en ik heb daartegen natuurlijk geen >e enking. Ik moet echter doen opmerken dat èn de Fransche jachtwet en ook die van Luxemburg, bij facultatieve gevangenisstraf zooals die thans in dit ontwerp is gebracht, de toepasselijkheid van w V -V8f We,tboek van Strafrecht uitdrukkelijk buitensluiten. t ,,e,.IS, 7ail , reden':' Daar, zeide men, de gevangenisstraf facultatief is. heeft de rechter speling genoeg; hij kan zich vergenoegen met oplegging van het minimum der boete ; toepassing van

beLfl T T n,8t r°.°dlg; ,°0k Wij ZOuden' wat de gevangenisstraf betreft, de toepasselijkverklarmg van art. 463 kunnen missen

indien niet in art. 43 gelezen werd: „eene geldboete van veertig tot zestig gulden met of zonder gevangenisstraf van zeven tot veer ,en dagen Ik vleide mij gisteren, dat de gevangenisstraf met zou worden aangenomen, anders had ik den geachten voorsteller toen reeds op de bewoording opmerkzaam gemaakt. Het komt toch met te pas, wanneer men den rechter ten aanzien van oplegging van gevangenisstraf vrijlaat, in de wet te schrijven : gevangenisstraf van zeven tot veertien dagen. Het zou, dunkt mij moeten heeten: gevangenisstraf van ten hoogste vee,-tien daaen en' dan ware toepasselijkverklaring van art. 463 onnoodig geweest ■ want waar de rechter zich van het veroordeelen tot gevangenisstraf geheel kan onthouden, is het overbodig hem tot verminderin°daarvan bevoogd te verklaren. °

Bovenal echter verlang ik te constateeren. dat ook in de-gevallen van artt. 42 en 43 geldboete de eerste straf is; het ontwefp, zooals wij het hebben aangenomen, wil, dat zoolang het middel der Joete met zij uitgeput, geene gevangenisstraf worde opgelegd

Men kan geloof ik, onderstellen, dat de rechter de wet'niet anders zal begrijpen ; mocht dit te vreezen zijn. dan zou de gedachte hier met een paar woorden kunnen worden uitgedrukt of aandrongen. Indien een rechter, in de gevallen van artt, 42 en 43°in eene boete bijv. van f 6 en daarenboven tot gevangenisstraf ver-

Sluiten