Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij bedoelt, dat volgens u het onderwijs op de scholen van zelf' zal bezielen, „is gericht tegen alle gezindheden." Een misverstand: want — en ik meende mijne gedachte duidelijk genoeg te hebben gezegd — dat Christendom sluit geene bijzondere geloofsbelijdenis, noch die van anderen, noch de mijne. uit. Het staat boven al die geloofsbelijdenissen en omvat ze alle.

De verschillende opvattingen deeren het Christendom niet; zij zijn het onvermijdelijk gevolg van den rijkdom van zijn inhoud en van onze menschelijke beperktheid.

De geachte spreker heeft mij gevraagd: welke zijn de dogmata van uw Christendom ? Van uw Christendom V De geachte spreker heeft het denkbeeld, alsof ik. die niemand wensch uit te sluiten, mijn Christendom wilde stellen in de plaats van dat van anderen, wel niet rechtstreeks geuit, maar hij scheen het te willen doen verstaan. Welke zijn. vraagt hij, de dogmata van het Christendom. dat gij voorstelt 'i Het antwoord, dat hij zelf aanstonds gaf, heeft mij afgeschrikt van mijne zijde een antwoord te beproeven. Ik zou met den geachten spreker — zoo ik het kon en ik kan het niet — een theclogischen strijd moeten beginnen. Mij dunkt echter wij kunnen, en de onderwijzers kunnen oprechte Christenen wezen zonder theologanten te zijn. Komt het hier, bij het onderwerp van dit artikel op de dogmatische uitdrukking, of op de zedelijke werking van het geloof aan? Dat in allen gevalle de Christelijke deugden boven verschil van geloof zijn. schijnt mij ontwijfelbaar.

De geachte spreker heeft mij nog op andere wijze afgeschrikt. Eerst heeft hij mij, door zijn vooraf gegeven antwoord, doen gevoelen, dat, wanneer uit het mijne bleek, dat mijne verklaring met de grondstellingen zijner leer niet overeenkwam, hetgeen ik Christendom noemde, geen Christendom zou zijn. Dan kwam de vuurpijl. De geachte spreker heeft mij deze verschrikkelijke sorites — aldus wordt, meen ik, zoodanige sluitreden in de compendia der logica genoemd — voorgehouden. Het Christendom dat gij bedoelt, is algemeene godsdienst: algemeene godsdienst is, volgens Beets, een dor deïsme; deïsme is rationalisme; rationalisme is neologisme; neologisme is ongeloof. Derhalve een van beide: men is of op uwe wijze, op die van den geachten spreker, godsdienstig, i>f men is atheïst.

2. „De spreker uit Deventer beweerde vroeger dat er geen verband was tusschen onderwijs en opvoeding. De spreker uit Deventer, toen niet de spreker uit Deventer, toen gezeten op eene andere plaats dan deze, verweet den geachten spreker uit Leiden, dat hij van opvoeding sprak, waar alleen van onderwijs sprake kon zijn." Ik herinner tweeërlei, vooreerst, de vraag over de betrekking tusschen onderwijs en opvoeding is tusschen den geachten spreker en mij in deze Vergadering nooit au fond behandeld.

Sluiten