Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallen waarin de kosten van eene behoorlijke inrichting van het openbaar onderwijs de gemeente te zwaar zouden drukken. Ik wensch dat de wet den verschillenden toestand der onderscheidene gemeenten in het oog blijve houden. Wanneer ik zie, dat de sprekers uit Zwol en uit Groningen gelijke hulp van staatswege willen doen toekomen aan groote, rijke gemeenten, aan Rotterdam of Kampen, als aan de armste gemeenten van Gelderland of Noordbrabant, is dat, dunkt mij, reeds een bewijs dat men zijne toevlucht tot een uiterst middel heeft genomen, maar dat voor geene rechtvaardige of doeltreffende toepassing vatbaar is.

Ik heb mijn amendement nedergelegd op het bureau van den President en zoo wij heden niet naderen tot art. 35, dan zal het worden gedrukt en aan de leden rondgedeeld. ')

Ook indien de voorgestelde lezing van artikel 35 zou worden goedgekeurd, meende de heer van der Linden, zou zijn amendement behooren te worden aangenomen.

De geachte afgevaardigde zegt dat. ook wanneer art. 35 volgens de redactie, die ik de eer had voor te stellen, werd aangenomen, dan nog een bijzondere regel noodig zou zijn voor die gemeenten, welke hij op het oog heeft. Maar wanneer art. 35 volgens mijn amendement mocht worden gelezen, dan zullen die gevallen onder art. 35 zijn begrepen. Waartoe die dan nog onder een afzonderlijken regel geplaatst?

Volgens den spreker heeft niemand de onbillijkheid aangewezen van den regel, dien hij voorstelt. Van mijne zijde durf ik niet beweren, dat die in alle deelen billijk is. Indien de gemeente vermogend genoeg is om het grooter aantal scholen te bekostigen, waartoe dan de verplichting op den Staat en op de provincie gelegd om daarin te gemoet te komen ?

Ook schijnt mij de regel niet zoo bepaald uitgedrukt als ik zou wenschen, en ontbreekt die bepaalde uitdrukking, dan verdient een algemeen voorschrift als ik in art. 35 verlang te lezen, de voorkeur. „Meerdere scholen, zegt het amendement van den spreker, dan anders noodig zijn." Hoevele zijn anders noodig. hoevele nu? Daarover kan èn in het algemeen èn in ieder geval in het oneindige worden getwist.

Ik acht het eene betere en meer algemeene voorziening, aan

') Art. 35 zou volgens dat amendement luiden:

„Indien Wij, na onderzoek door Gedeputeerde Staten, en de Provinciale Staten gehoord, oordeelen dat eene gemeente door de uitgaven, tot eene behoorlijke inrichting van haar lager onderwijs vereischt, te zwaar zou worden gedrukt, wordt in het ontbrekende door de provincie en het Kijk. elk voor de helft, voorzien."

Sluiten