Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VOORDRACHT.

bevat geen methyieenblauw, maar wel veel stoffen, die in gewone methyleenblauwsoorten in sporen als verontreinigingen voorkomen, zooals methyleenrood, methyleenviolet en vooral methyleenazuur. Nocht vond verder, dat oplossingen van methyieenblauw, die lang hadden gestaan en die sterke Romanowskykleuring gaven, zich anders tegenover chloroform verhouden dan versch bereide oplossingen. Schudt men namelijk een versche oplossing der genoemde stof uit met chloroform, dan wordt deze helder blauw, terwijl zij, geschud inet een oude methyleenblauwoplossing, in den regel prachtig donkerrood wordt, vooral wanneer de kleurstofoplossing alkalisch is gemaakt. Nocht concludeerde dus terecht, dat alkalische oplossingen van methyieenblauw langzamerhand ontleed worden onder vorming van een nieuwe, roode kleurstof. Deze stof, die geen methyleenrood en ook geen methyleenviolet is, noemde Nocht „rood uit methyieenblauw", daarmee te kennen gevend, dat hij zich over de samenstelling ervan niet kon uitlaten. Voegt men bij een mengsel van eosine en methyieenblauw, dat geen Romanowskykleuring geeft, eenige droppels van dit door uitschudden van een oude methyleenblauwoplossing met chloroform verkregen „rood uit methyieenblauw", dan komt de gewenschte kleuring wel.

„Es bliebe nun noch übrig", zegt Nocht, „die Art der „chemischen Wechselwirkung der drei Farbencomponenten „(Methylenblau. Eosin und Rot aus Methylenblau) auf „einander, auf das Blut und die Blutparasiten zu untersuchen „und zu erörtern". Het was Michaelis, die van dit vraagstuk eene oplossing zocht. Hij en zijne navolgers kwamen daarbij, steunende op oudere chemische onderzoekingen, tot de volgende conclusies: Door snelle oxydatie ontstaat uit methyieenblauw in hoofdzaak methyleenviolet, door langzame oxydatie meer methyleenazuur. Terwijl het eerstgenoemde geen beteekenis heeft als kleurstof, bezit het methyleenazuur als zoodanig zeer belangrijke eigenschappen.

Sluiten