Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE VOORDRACHT.

bij oude parasieten meer stippels vindt dan bij jonge. Bewezen is deze zienswijze echter niet.

Onderzoekt men levend bloed met tropicaparasieten, dan vindt men, dat de jonge individuen zich voordoen als zeer kleine, bleeke schijfjes in de bloedcel, die weinig in kleur en lichtbrekend vermogen van de bloedcel zelf verschillen en die dus moeilijk te zien zijn. Zij bezitten sterke amoeboide bewegelijkheid, zoodat zij zeer verschillen van vorm; nu eens zijn zij kruisvormig, dan weer zien zij er uit als een kies met twee of drie wortels, dan weer zijn zij zeer lang gerekt, terwijl zij in toestand van rust rond zijn. Bij afsterven worden zij ringvormig. Worden de parasieten wat ouder, dan zijn zij gemakkelijker te herkennen omdat zij dan enkele korrels zeer fijn pigment bevatten, welk pigment zich weinig of niet beweegt. Dat pigment is in de jonge en half volwassen parasieten zoo fijn, dat men het in het gekleurdt. praeparaat niet ziet. Dit geldt evenwel niet voor de nog oudere parasieten, waar dat pigment samenpakt tot één ol een paar dikke korrels. Bij deze is ook in het gekleurde praeparaat het pigment zeer duidelijk.

LEVEND PllAEP.

De amoeboide bewegelijkheid blijft ook bij grootere parasieten vrij lang, zij het dan ook in mindere mate, bestaan; alleen wanneer zij gaan deelen gaat zij verloren. Komen er sporuleerende parasieten in het perifere bloed voor, dan ziet men, dat de sporen in de bloedcel liggen als een aantal onregelmatig gelegen bolletjes, in het midden waarvan een dikke hoop pigment te zien is. De bloedcel zelf is in het levend preparaat niet zelden verschrompeld, nooit vergroot en zeer zeldzaam donkerder gekleurd dan de omgevende niet geinfecteerde bloedcellen, . waardoor zij daartegen met eigenaardige koperkleur afsteken (in het Engelsch brassy bodies ')•

') Deze „brassy bodies" schijnen in Italië veei meer gczit-u ic worden dan hier. Ook in Kamerun werden zij door Z i e m a n n te vergeefs gezocht.

Sluiten