Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE VOORDRACHT.

meer anoplieles. Ook Soekaboemi is zeer rijk daaraan. Dit is een eigenaardige contradictie, die ook in Frankrijk en in Italië is waargenomen. Men heeft daar zelfs streken gevonden, waar zeer veel anoplieles voorkomen, doch waar in het geheel geen malaria ontstaat, niettegenstaande de temperatuur daar hoog genoeg is.

Men heeft gemeend, dat dit zou liggen aan de soort anopheles, maar toen men exemplaren ving, en die naar Rome bracht, bleek, dat zij daar zeer goed te infecteeren waren, niettegenstaande dit op de plaats van herkomst niet gebeurde. Dit is een duistere zaak, waarvan misschien een verklaring zal zijn te vinden in een waarneming van onzen landgenoot Schoo, die opmerkte dat de vatbaarheid voor infectie met malariaparasieten bij anoplieles nauw samenhangt met den aard der voeding. Het is dus denkbaar, dat op Soekaboemi en Garoet de normale voeding van de anopheles van dien aard is dat zij zich moeilijk infecteert.

Het voorkomen van malaria op verschillende plaatsen is wisselend; men kan wel zeggen dat bijna overal, vooral in de laaglanden, altijd malaria ontstaat, doch nu eens meer, dan weer minder. Dit houdt verband met het jaargetijde en met het al of niet vallen van veel regen, terwijl er ook nog een onbekende factor is, die veroorzaakt, dat van tijd tot tijd verheffingen optreden.

Zoo komt bijv. op Tjilatjap altijd veel malaria voor, maar om de vier of vijf jaar ongeveer krijgt men een erg koortsjaar, dat veel ongunstiger is dan de andere. Zoo is 1907 voor heel Java een ongunstig jaar geweest. Waaraan dit is toe te schrijven, is niet bekend.

Het vóórkomen van malaria kan zelfs op één plaats nog sterk uiteenloopen: de oude stad Batavia is b.v., wat de malaria betreft, veel ongezonder dan de bovenstad, en zoo komt ook op Soerabaja aan den Oedjoeng veel meer malaria voor dan bijv. op Simpang.

Verder valt op te merken, dat in grootere plaatsen de

Sluiten