Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD.

EERSTE HOOFDSTUK. Het wezen der taal.

§ 1. Benlcen en Spreken bl. 3.

Spreken is uiten van voorstellingen en gedachten in stemgeluiden, bl. 3 vlg., dus eene daad van den mensch als lichamelijk en geestelijk wezen, blz. 4 vlg.; de taal is niet identisch met den geest, spreken niet met denken, ofschoon er tusschen logica en taal wel eenig verband bestaat, bl. 5—8. Schets van de geschiedenis der taalpsychologie, bl. 8—11.

§ 2. Spraakwerktuigen en Spraakklanken . . . . bl. 11.

Spraakwerktuigen en spraakwegen, bl. 11—13; vorming van klinkers en tweeklanken, bl. 13—15; vorming van medeklinkers, bl. 15—18. Schets van de geschiedenis der phonetiek, bl. 18—21.

§ 3. SpraakvormenWoorden en Zinnen . . . . bl. 21.

Woorden, bl. 21 vlg.; lettergrepen en articulatie, bl. 22 vlg.; klemtoon, bl. 23 vlg. "Woorden naar de beteekenis te onderscheiden in begrips- en betrekkingswoorden, bl. 24—26; abstracte en concrete begrippen, bl. 26 vlg. Zinvorming (subject en praedicaat), bl. 27 vlg.; zinsverband aangeduid door zinaccent, muzikaal accent, woordschikking, betrekkingswoorden en buiging, bl. 28—33.

§ 4. Het persoonlijke en veranderlijke der taal . . . bl. 33.

Het persoonlijke der taal in de klanken, bl. 33 vlg., en in de voorstellingen, bl. 34 vlg. De taal groeit in en met den mensch, bl. 35 vlg.

§ 5. Spreken en Verstaan ..... bl. 36.

Spreken en verstaan behooren bijeen als eikaars complement, bl. 36 vlg. Verband tusschen beide, bl. 37 vlg.

§ 6. Eenheid en Verscheidenheid van taal .... bl. 38.

Het algemeene, objectieve en blijvende in de verschillende talen tegenover het persoonlijke, subjectieve en veranderlijke

Sluiten