Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men, zijn voor ons eigenlijk niet meer de afbeeldingen der klanken, waaruit het woord bestaat , maar de formule, die eene voorstelling wekt, ook al ontleden wij haar niet meer. Vandaar dat wij na eenige oefening evengoed afkortingsteekens lezen als woorden. Wij lezen -(- alsof er plus, X alsof er maal, hh. alsof er heeren en nn. alsof er ongenoemde stond. Zoo kan een Engelschman ook kniyht geschreven zien en neit lezen , terwijl hij nite, als hij het geschreven zag, zeker niet zou bugrijpen vóo'r hij het spellende had uitgesproken.

Wat nu is het natuurlijk gevolg van dat verschijnsel? Dit, dat het schrift niet noodzakelijk de wijzigingen behoeft te ondergaan, die de spreektaal ondergaat: dat het op een vroeger standpunt kan blijven staan. Nog meer: het kan niet slechts blijven staan , het moet dat zelfs. Iedere klankverandering in eene taal heeft geleidelijk, onwillekeurig, onmerkbaar plaats. Er moeten soms eeuwen verloopen voor men bemerkt, dat men anders spreekt, dan zijn voorgeslacht , en men zou het nimmer bemerken, wanneer men niet in het schrift een nevelbeeld van de taal zijner voorouders bezat. Op eens komt men nu tot het besef, dat die schrijfteekens niet meer beantwoorden aan de uitspraak, terwijl men veronderstelt, dat zij het vroeger wèl hebben gedaan, en men maakt daaruit op, dat er al sinds menschengeheugenis wijziging in de uitspraak moet hebben plaats gehad ; maar juist omdat men desniettegenstaande nooit eenige moeite heeft gehad, het schrift te verstaan, tenzij in zijne prille jeugd, toen men lezen leerde, gevoelt men ook niet zoozeer de noodzakelijkheid om de lettergroepen, die men toch terstond herkent, te vervangen door andere, waarvan ieder element juister de phonetische waarde zou aangeven. Wie nu, om de eene of andere reden, bv. medelijden met de schooljeugd, een voorstel doet om grootere consequentie te brengen in het gebruik der schrijfteekens voor de klankelementen der woorden, weet zeker, dat hij daarmee eene plotselinge, willekeurige verandering in de schrijftaal zoekt in te voeren, die hij aan het oordeel van zijne medeburgers moet onderwerpen en alleen invoeren kan door onderlinge, opzettelijke overeenkomst.

Daarmeo is een belangrijk onderscheid tusschen spreektaal en schrijftaal aangewezen. Do spreektaal veroudert ongemerkt, onwillekeurig; iedere verandering in de schrijftaal daarentegen is opzettelijk, beredeneerd, Een natuurlijk gevolg daarvan is, dat de schrijftaal conservatiever moet zijn dan de spreektaal. Het redeneerend, wikkend en wegend verstand komt langzamer tot een besluit, dan de blinde

Dr, Jan te Winkel, Geschiedenis der Nederl. taal, 4

Sluiten