Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klankwisseling der sterke werkwoorden er van zelf toe leidde, in die werkwoorden de taalwortels te zien1). Toeh zijn alle Germaansche woorden niet uit wortels van werkwoorden af te leiden: en al waren zij dat, dan zou men daardoor nog maar alleen komen tot de abstracte wortels van het Germaansch , niet tot die van de Indogermaansche grondtaal en nog veel minder tot de oorspronkelijke wortels. Hetzelfde kan men zeggen van de pogingen onzer geleerde oriëntalisten H. A. Schultens en E. Scheidius om de Semietische talen alleen uit wortels van werkwoorden op te bouwen : pogingen , waaraan schatten van scherpzinnigheid, ja van spitsvondigheid verspild zijn, en die toch, als zij meer schijn van waarheid gehad hadden , alleen voor de Seraietische talen de oorspronkelijkheid der werkwoorden hadden kunnen doen vermoeden.

Voorts noopt ons op zich zelf nog niets er toe, aan te nemen , dat de voorstelling eener werking (of hoe men anders het begrip van het werkwoord wil definiëeren) ook oorspronkelijk met die wortels der latere werkwoorden verbonden zal geweest zijn , want zelfs in den historischen tijd zien wij de woorden van functie veranderen en uit de eene klasse van rededeelen in do andere overgaan. Hoeveel te eer moet dat dan gebeurd zijn in eene oudere taalperiode, toen de mensch nog niet in staat was , zoo nauwkeurig te onderscheiden ab tegenwoordig. Do beteekenis der wortels is uit de tegenwoordige talen noch voor iederen wortel op zich zelf noch zelfs voor het begrip wortel in 't algemeen met eenige waarschijnlijkheid op te maken. Ook over de beteekenis der wortels kan men zich alleen langs wijsgeerig-psychologischen weg eene meening vormen.

Zoo deed Ten Kate's tijdgenoot Vico , die pronomina en vervolgens praeposities en andere partikels voor de oudste, uit gevoelsklanken en klanknabootsing ontstane, woorden hield en de naamwoorden voor eene latere, de werkwoorden zelfs voor de allerlaatste formatie2). Voor Tiedemann, Adelung en Adam Smitii waren de oudste woorden substantieven. Volgens Adelung leerde het nadenken den mensch, dat een gevoelsklank niet slechts klank was, maar ook iets wat daarmee verwant was kon to kennen geven en wel in de eerste plaats het object, waarvan de klank uitging en dat nu verder daaraan zijnen naam (dus een substantief) ontleende, en in de tweede

') J. Grimm, Deutsche Grammatik II (uittf. van W. Scherer Betiin 1878) p 4 ') G. Vico t. a. p. p. 301—311.

Sluiten