Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen. Yoorloopig bepalen wij ons bij het eerste, offer. Het is geen Nederlandsch , maar in onze taal geabstraheerd uit het door ons aan het Latijn ontleende ww. offeren, dat uit ferre (dragen) en of (tegen) is samengesteld en dus „tegemoet dragen" beteekent. Het ww. ferre (ook in 't Oudgerm. als beran bekend) is een der in 't Indogerm. meest algemeen voorkomende woorden, maar of, dat door assimilatie met de f van ferre uit ob ontstond, komt in 't Latijn alleen als eerste lid van samenstellingen voor en niet als afzonderlijk woord, daar men moeilijk kan zeggen, dat het voorzetsel ob (tegen), schoon er in oorsprong e'én mee, als eerste lid der samenstelling moet beschouwd worden, omdat hot karakter der voorzetsels verbiedt ze als eerste lid eener verbale samenstelling te denken. De aan voorzetsels in oorsprong verwante bijwoorden daarentegen worden in alle talen geregeld als eerste lid van samenstellingen gebruikt, maar als bijwoord leefde ob niet meer in den historischen tijd, waaruit wjj het Latijn kennen.

Zoo heeft ook het Lat. voorzetsel cum (met) geen bijwoord naast zich, maar wel den bijvorm con of co (samen), die. alleen in samenstellingen als eerste lid wordt aangetroffen, en wel zóó dikwijls, dat wij het als woordvormend partikel of „voorvoegsel" (praefix) mogen beschouwen en op ééne lijn stellen met de afleidingsuitgangen, die niet meer als zelfstandige woorden voorkomen ').

Een ander Latijnsch voorvoegsel, red (weder), heeft zelfs in het geheel geen stamverwant voorzetsel naast zich en komt dan ook gewoonlijk in den verminkten vorm voor, die zoo herhaaldelijk bij afleidingsklanken op te merken valt, namelijk als re. Alleen bij woorden als redire , redigere , redimere , waarvan het tweede lid met eenen klinker aanvangt (en ook reddere), heeft zich de slot d gehandhaafd.

Zijn in 't Gormaansch de zelfstandige achtervoegsels uitsluitend naamwoordelijke vormen, de voorvoegsels zijn dat daar maar zelden. Het voorvoegsel mis in ons misdaad (Got. missadêds), misbaar, mistroostig , mismoedig, mislukken, enz. is in oorsprong een participiaalvorm en dus een naamwoord, maar daar wij het ook nog als adjectief (b.v. in de uitdrukking: „dat is mis") kennen, zijn do

') Ook de voorvoegsels noemde Jacob Grimm nog eerste leden van samenstellingen , maar dat soort, van samenstelling onderscheidde hij als „partikelcomposition."

Sluiten