Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trahir of werd het tré b.v. bij trépas. Mag més (mé) in 't Fransch nog altijd een levend voorvoegsel genoemd worden, mau en tra (tré) schijnen nu alle levenskracht verloren te hebben.

Ook uit onze taal kunnen wij een voorbeeld aanhalen van een woord, dat in onverminkten (ja, nog versterkten) vorm is blijven bestaan, maar in verzwakten vorm voorvoegsel geworden is, namelijk bij, Wij gebruiken het niet alleen als voorzetsel, maar ook als bijwoord , en daarom moeten wij woorden als bijnaam, bijwoord, en 't Mnl. lispel samenstellingen noemen en biecht (uit bijecht, bekentenis) eene verholen samenstelling. Daarentegen zijn benoemen, bekennen, bespreken afleidsels door het voorvoegsel be.

Dat woorden met bij en andere met be naast elkaar bestaan , behoeft ons de laatste niet voor jongere formaties te doen aanzien, al spreekt het ook van zelf, dat in ouderen tijd alleen samenstellingen met bij, of liever bi, zjjn voorgekomen, zooals zij dan ook voorkomen in 't Ohd. en uitsluitend in 't Gotisch.

De verklaring is elders te zoeken. Met opzet haalde ik alleen naamwoorden met bij en werkwoorden met be aan, want naamwoorden met be zijn later aan werkwoorden ontleend en werkwoorden met bij evenzoo van jongere dagteekening. Als algemeene regel toch schijnt in 't Germaansch gegolden te hebben, dat voorvoegsels voor naamwoorden hun accent behielden, in overeenstemming met de neiging van alle Germanen om den klemtoon zooveel mogelijk naar voren te brengen, terwijl bij werkwoorden, in strijd met die neiging, de klemtoon op den werkwoordelijken stam werd gelegd. Men vergelijke slechts naamwoorden met oor, als óórdeel, óórzaak, oorsprong, of in 't Hgd. ur, als iirteil, vrsache, órsprung, en werkwoorden met. er, als Hgd. ertéilen, erlangen , eróbern, enz. Men vergelijke het eenige substantief met ant (voor ouder and), dat wij nog bezitten: antwoord (ook Hgd. untwort) en het Hgd. untlitz, en de talrijke werkwoorden met ont (Hgd. ent), b.v. ontspringen (Hgd. entspringen) onthullen (Hgd. enthüllen), enz. Beide voorvoegsels hadden vroeger ook gelijken vorm: 't Gotisch heeft us(u\tuz, waarvan do x bij ons r werd), dat in die taal ook nog als praepositie (= uit) voorkomt, zoowel bij usstass (opstanding) als bij usstandan (opstaan) on and of anda (het eerste, dat ook nog praepos. is, meest bij verbale, het tweede meest bij nominale afleidsels) zoowel bij andawaurdi als bij andhuljan ; doch hot Ohd. heeft bij werkwoorden naast ur ook reeds ar, ir en er en naast ant bjj werkwoorden gewoonlijk int (zelfs in)

Sluiten