Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

razernij, spotternij, en reeds in 'tMnl. bij dorpernie, scalkernie enz. Ook het Hgd. heeft naast en onder invloed van znlke woorden met het enkelvoudig suffix ei, als backerei, zauberei, enz , andoro op erei gevormd als sclaverei, raserei, schehnerei, enz. Evenals door achtervoeging van ij achter woordon als bedrieger (met het suffix er) afleidsels ontstonden, die tot de ontwikkeling van een samengesteld suffix erij aanleiding gaven, evenzoo zou het denkbaar zijn, dat uit dezelfde achtervoeging achter maatschap (met het suffix schap), waardoor ons maatschappij met volkomen dezelfde beteekenis als het oude maatschap ontstaan is, een nieuw samengesteld suffix schappij voortkwam.

De vorming van zulke samengestelde suffixen wordt nog in de hand gewerkt door de blijkbare begeerte der spraakmakende gemeente om afleidingsuitgangen te gebruiken , waaraan een zeker houvast is. Eene enkele toonlooze e, als bij koude en hulde, voldoet niet meer, en daar het adj. houd (genegen), waarvan hulde gevormd is toen het nog hold luidde, verloren is gegaan, herkent alleen de taalkundige in de e van hulde een suffix. In vroegeren tijd zou zulk eene toonlooze e zeker evenmin hebben voldaan; maar wij hebben dan ook reeds gezien, dat die eertijds i, nog vroeger in was. Ook deze suffixen zijn langzamerhand afgesleten , toonloos geworden en gedeeltelijk door andere vervangen of met andere samengekoppeld. Yan de suffixen, die den indruk maken van enkelvoudig te zijn, is er in de moderne Germaansche talen geen enkel ongeschonden gebleven. Ons achtervoegsel te, dat langzamerhand het oude t verdrongen heeft en nog steeds gebruikt wordt om nieuwe afleidsels te vormen, luidde vroeger ithó (Idg. ita). Na toonloos geworden te zijn, is de i gesyncopeerd en de uit th bij ons voortgekomen d is eerst na harde medeklinkers in t overgegaan, later ook ingevoerd na grondwoorden met zachten slotmedeklinker, die zich dan weer (in de uitspraak, schoon het schrift het niet aanduidt) aan de harde t assimileerde, zoodat braidithö eerst breedede, vervolgens breedde, eindelijk breedte (uitgesproken breette) werd, en langithu eerst lengede, vervolgens lengde, eindelijk lengte (uitgesproken lenkte). Het suffix ungó (Idg. unga), waarmee vrouwelijke substantieven van werkwoorden gevormd worden, is in onze taal (in tegenstelling tot het Hoogduitsch) gelijkvormig geworden aan het uit ing(ü) (Idg. ingö) afgesleten mannelijk suffix ing, enz.

^^In de Romaansehe talen, met name in het Fransch, ging het

Sluiten