is toegevoegd aan je favorieten.

Inleiding tot de geschiedenis der Nederlandsche taal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heer oudtijds heere luidde, weet ieder, maar dat het eigenlijk heerre moest geschreven worden, kan men alleen weten, als men het Os. hêrro kent, dat door syncope ontstaan is uit hêriro, ook blijkens een in 't Ohd. voorkomenden vorm hêrero, en zoo zich verraadt als comparatief van het adj. dat in 't Ags. har, Ohd. hér, Nhd. hehr luidt en oorspronkelijk „grijs, eerwaardig" beteekent. Een heer is dus iemand, die in hoogere mate dan anderen eerwaardig is, zooals grijsaards eerwaardig zijn. Wij vinden dus bij heer het oude comparatiefsuffix iro (uit izo), dat naast oen nieuwer 6ro (uit ózo), beide bij ons tot er verzwakt, in 'tgeheele Germaansch in gebruik is.

Merkwaardig is het, dat ook het Fransche woord voor „heer" tot dezelfde opmerkingen aanleiding geeft, als het Nederlandsche. Wij kennen het in twee vormen : seigneur en sire, en het eerste van die beide laat zich gemakkeljjk als den Latijnschen comparatief senior, d. i. ook „de oudere" herkennen, schoon het niet uit don Nom. senior, maar uit den Acc. seniórem ontstaan is. De uitgang or is daar dus in eur bewaard gebleven. De vorm sire echter is op soortgelijke wijze verminkt als ons heer. Hij is ontstaan uit den Nom. senior met accent op do eerste lettergreep en daardoor toonloos geworden uitgang. Zoo ontstond uit senior eerst senr, vervolgens met ingelaschte d tusschen n en r sendre, dat inderdaad in de 9de eeuw voorkomt en regelmatig, volgens klankwetten, die wij nu niet in bijzonderheden kunnen bespreken of bewjjzen, overging eerst tot sindre, dan tot sidre, eindelijk tot sire.

Door enkele grepen te doen in de geschiedenis der afleidingsuitgangen wenschte ik te doen zien , wat er alzoo in den historischen tijd op dat gebied heeft kunnen gebeuren , hoe er voorvoegsels en zelfstandige suffixen ontstonden langs den weg der samenstellingen onzelfstandige door verbinding van suffixen, ook onder den invloed van valsche analogie, hoe de uitgangen vervormd of verminkt werden en daardoor langzamerhand buiten gebruik raakten, vervangen door andere, en hoe een deel der praefixen en suffixen alleen versteend en bijna onherkenbaar met de woorden is blijven voortleven, terwijl andere nog in volle kracht als praefixen of suffixen gevoeld en daarom nog steeds tot vorming van nieuwe afleidsels gebruikt worden. Daarbij leerden wij ook enkelvoudige, zelfs uit één enkelen klinker bestaande sullixen kennen als erfgoed uit een voorhistorischen tijd, het onbekende verleden.

Zouden wij het durven wagen, nog eenige schreden verder in