Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdommen voor verdomen naast verdoemen, en ook bij gerekte korte o als in komt voor kornet, sommige voor somige, die zelfs in de Nederlandsche schrijftaal zijn opgenomen.

Daarentegen bewaarden r en l dikwijls de voorafgaande e, ja, deden de i tot e overgaan. Zoo wordt in het Gotisch vóór de r altijd eene e (geschreven ai), nooit eene i gevonden, bv. bij hairtó, airtha, wairtlis, die bij ons hart, en met rekking, aarde en -uaarts luiden, omdat in het Hollandsch dialect, dat daarin niet alleen staat, de e vóór en door invloed van r -f- dentaal weer in a is overgegaan.

Een ander voorbeeld van verkorting levert ons onze eigene taal in vormen als bracht, dacht, docht, zocht, acht (opmerkzaamheid), licht, Mnl. rochte bekommerde), zuchten en kocht, waarin vóór de harde spirant -f- t de oorspronkelijk lange klinker verkort is, blijkens de oudere vormen, in het Os. brdhta, thdhta, thtihta, sóhta, dht, lioht, Ohd. ruohta, sufteón (Nh. seufzen), Nh. kaufte. Bij zuchten en kocht is, blijkens het Ohd. sufteón en den ouderen dialectvorm koft, de vroegere ft in cht overgegaan, zooals in het Neder- en Middelfrankisch ieder ft deed (vgl. gracht, kracht, nicht, lucht, enz.). Of de verkorting aan dien overgang, die misschien reeds in de 10de eeuw begonnen is, vooraf is gegaan of er op gevolgd is, valt moeielijk uit te maken, maar dat ft op zich zelf verkortende kracht had, blijkt in elk geval uit den dialectvorm koft.

De c.ht en ft zijn in deze woorden volgens Grimm's wet uit eene Indogerm. kt en pt voortgekomen, maar in de meeste dezer woorden zijn k en p niet oorspronkelijk. Zij zijn voortgekomen uit g en b door den invloed der volgende hardo t, die de voorafgaande zachte g en b tot harde gemaakt heeft, zooals regelmatig gebeurde in het Indogermaansch, o. a. blijkens het Grieksch en Latijn: vgl. bv. Gr. A/jttss naast Aa/3sïv, o-tittci; naast <TTti(2u>; Lat. scriptum, naast scribo; Lat. fractus, Gr. pr^róq naast Lat. fregi, Gr. p/iyui/fn; Lat. actus, Gr. wrós naast Lat. ago, Gr. ayw; Lat. lectus, Gr. Aenris naast Lat. lego , Gr. Aéyu ; Lat. ructare naast Gr. speóys/xxt, en Lat. rectus (NI. recht), Gr. ipetris naast Lat. porrigo (NI. rekken), Gr. bpiyu. Volgde de t niet, dan bleef in het Indogermaansch g en b, die dus volgens Grimm's wet in 't Germaansch k en p moesten worden. Vandaar naast de aangehaalde woorden bijvormen van denzelfden stam , als denken, dunken, zoeken, roeken, zuipen, koopen. Opmerkelijk is het, dat het Umbro-Samnitisch volkomen denzelfden klankovergang vertoont

Sluiten