Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gutturalen iu, tegenover het Frankisch, ook het Nederfrankisch en dus het Nederlandsch, waar ook vóór die medeklinkers de eu in eo (later io , ié) overging; vgl. Opperduitsch lioht, bior , biotan , diup, tiuf, riutno, siuh met Frankisch lioht, bior, biotan, thiob, tiof, riomo, sioh en Nederlandsch licht (verkort uit *liecht), bier, lieden , dief, diep , riem , ziek.

De monophthongeering behoort tot hetgeen wij vocalische assimilatie mogen noemen ter onderscheiding van het geheel of gedeeltelijk gelijkworden van twee consonanten, dat men reeds van oudsher met den naam van assimilatie heeft bestempeld. De gedeeltelijke assimilatie kan óf wederkeerig zijn, zoodat de beide opeenvolgende medeklinkers zich in sommige opzichten naar elkaar schikken , óf progressief, wanneer de tweede consonant den invloed der eerste, óf regressief, wanneer de eerste consonant den invloed der tweede ondergaat. Ook de volkomen assimilatie is óf progressief, óf regressief, en er is geene taal, waarin niet talrijke voorbeelden van deze verschillende assimilaties voorkomen.

De gevallen van wederkeerige assimilatie zijn echter vrij zeldzaam. Gebeurde het in het Italiaansch , dat door syncope eener vocaal tenuis en media naast elkaar kwamen , dan verloor de media den stemtoon, maar de tenuis nam de qualiteit van de media aan. Zoo veranderde bij het Lat. rap(i)dus in het Italiaansch de media d in de tenuis t, maar de labiale p werd door de qualiteit der t tot dentale tenuis, en zoo ontstond ratto.

Een ander voorbeeld van wederkeerige assimilatie levert het Sanskrit in den overgang der mediao aspiratae -\- t tot mediae -f- dh. De eerste medeklinker heeft zijne aspiratie geleend aan de tweede, maar heeft die zelf verloren ; de tweede daarentegen is media geworden onder den invloed van den eersten. Zoo werd bh -f- t tot bdh, dh ■+■ t tot ddh en gutturale gh ■+■ t tot gdh. De palatale gh -|-1 daarentegen werd in 't Sanskrit linguale dh, zoodat de tweede consonant onder den invloed der voorafgaande media aspirata ook media aspirata geworden is, en verder linguaal in plaats van dentaal door het palataal karakter der eerste consonant, die zelf overigens in de tweede is opgegaan; vgl. vódhum (voeren, voor Indogerm. *uéghtum) naast Skr. vahami (ik voer, w. uégh).

Het laatste geval is reeds al niet meer een zuiver voorbeeld der wederkeerige, maar nadert tot de gedeeltelijke regressieve assimilatie, en daarvan vooral wemelt het in het Indogermaansch reeds van den

Sluiten