Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

ALGEMEEN ÜVEBZIOHT.

Ons, kindereu en kleinkinderen van het geslacht dat de omwenteling van 1848 doorleefd heeft, valt het moeilijk ons een denkbeeld te vormen van de wereld, waarin dat geslacht was opgegroeid.

Dat geldt zelfs van de ouderen, die, als de schrijver dezer bladen,

nog flauwe indrukken bewaren van een tijd, die thans zoo oneindig ver achter ons schijnt te liggen.

Want sedert die omwenteling is de wereld zoodanig veranderd en heeft zij zich zoodanig uitgebreid, dat wat daarvóór heeft plaats gehad in geen onmiddellijk verband meer schijnt te staan met hetgeen daarna geschied is. Dat laatste daarentegen komt ons voor als een aaneengeschakelde reeks van gebeurtenissen, wier verband duidelijk blijkt als een van zelf sprekeude ontwikkeling, welke alleen door haar snelheid verbazing wekt.

Willen wij ons rekenschap geven van dit onderscheid, dan moeten wij niet alleen trachten de omwenteling van 1848 te begrijpen, maar ook in de eerste plaats ons een voorstelling te vormen van het tijdvak dat er aan vooraf ging, van de toestanden waarin de wereld verkeerde op het oogenblik harer uitbarsting.

Twee punten moeten, dunkt mij, ons, die gewoon zijn aan de toe-Beperktheid standen van het einde der 19de en het begin der 20!t<' eeuw, daarbij ende

het meest in het oog vallen: de beperktheid van wat wij de beschaafde wereld (laat ik kortheidshalve inaar zeggen onze wereld) noemen, en de geringe samenhang harer deelen.

Die wereld omvatte in de eerste helft der negentiende eeuw Europa

Sluiten