Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide partijen, wier tijdelijke samenwerking de Belgische omwenteling had doen zegevieren, de liberale en de katholieke, stonden daarenboven wel tegenover elkander, maar wogen nog tegen elkander op en wisselden elkander in het bestuur af, zonder al te veel misbruik van het bezit van het gezag te maken; iu vele opzichten werkten zij eendrachtig samen tot ontwikkeling van den materieelen bloei. Een aantal bijzonder bekwame mannen van beide partijen stelden den koning iu de gelegenheid steeds, welke partij ook aan het roer was, het land voortreffelijk te besturen, terwijl de toenemende welvaart, voor een deel een vrucht der maatregelen der vorige, Nederlandsche, regeering de kosten der vele verbeteringen verlichtte. Het waren toen de wittebroodsweken van den jongen staat.

De scheuring tusschen Waalsch en Vlaamsch bestond nog niet, dank zij de onverschilligheid, waarmede Vlamingen en Brabanders nog de achteruitzetting hunner taal aanzagen. Men voelde zich in die dagen daar nog in de eerste plaats als Heigen in tegenstelling met de Nederlanders uit het noorden, en van de Belgen was de taal, naar veler meening, uitsluitend het, Fransch, de taal der beschaving bij uitnemendheid.

Nog meer dan de politieke, verwekte de economische ontwikkeling van België in die dagen de bewondering van Europa. Want op het vasteland nam iu geen land de nijverheid zoo hooge vlucht. De natuurlijke hulpbronnen der als de minst vruchtbare, ook minst hooggeschatte deelen des lands, van Henegouwen en Namen vooral, (in Luik was haar exploitatie al oud) begonnen eerst nu rijkelijk te vloeien, en vroeger armoedige en dun bevolkte streken tot middelpunten van drukke nijverheid om te scheppen. Tn het van waterwegen verstoken land was het nieuwe verkeersmiddel, dat tegelijk met de Belgische onafhankelijkheid zijn intrede in de wereld had gedaan, van grooter beteekeuis dan in menig ander land, en de Belgen hadden dat onmiddellijk begrepen. Reeds in 1835 was Brussel door een spoorweg met Mechelen verbonden, en reeds in het volgend jaar was die tot Antwerpen verlengd. In 1840 bezat België meer spoorwegen dan Frankrijk, en weinige jaren later was het de eerste staat die een vast stelsel van spoorwegaanleg aannam, ontworpen door Robert Stephenson. den grooten man van het vak, en waagde het -.zich aan een uitgebreiden staatsaanleg, toen het particulier kapitaal terugdeinsde voor de onzekere uitkomst. Van staatsexploitatie wilde toen

Sluiten