Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a c 1

i

>

€ 1 l

1 £ \ t

2 (

T

1 C

Engeland en de overige < wereld.

ï

|

]

]

i i i (

,an de groote landbouwondernemingen ten goede, terwijl de ondergang Ier oude Indische nijverheid, met name der eens half Azië verzorgende ijnwaad-fabricage, door de overstrooming der Indische markt met de xit Engeland aangevoerde katoenen stoffen. de meest verderfelijke gerolgen had en de loonen er zoo laag bleven, dat zelfs de matige Hindoe r kwalijk van leven kon en elke stijging der prijzen van de eerste evensbehoeften de schromelijkste gevolgen had, en slechte oogsten lijna onmiddellijk hongersnood veroorzaakten, 't Is niet te ontkennen, dat eeds toen in Engeland de openbare meening belang in deze dingen be;on te stellen en er ernstige pogingen werden gedaan om verdere herormingeu in te voeren. Maar of die voldoende zouden zijn om Indië een lestuur te verschaffen, dat op den steun der bevolking rekenen kon, was ;eer de vraag. Het bezit van Indië, op verovering gegrondvest, kon tegen :en Europeeschen aanval slechts met de wapenen worden gehandhaafd.

En dat bezit was voor het Britsche rijk een levensquaestie. Indië vas in vele opzichten het middelpunt. Hoe langer hoe meer werden ten oosten en ten westen punten bezet, die dat bezit van de zeezijde dekten. Reeds was Aden een tweede Gibraltar, dat den ;oegang door de lloode zee afsloot. Eeeds was Singapoer een derde, lat tevens in de Indische zee het middelpunt werd van den geweldig toenemenden handel op Oost-Azië en den Archipel, de belangrijkste chakel in de keten van posten, die Tndië met Australië verbond.

Hoe langer hoe meer begon op die wijze Engelands macht de wereld e omspannen, werd Engelands handel een wereldhandel, werkte Engeands nijverheid voor de geheele wereld.

De overige landen van Europa hadden ieder hun eigen handelsgebied, dat van Engeland had geen grenzen.

liet Britsche rijk had dan ook geheel andere belangen dan de Europeesche staten. Het begon meer en meer geheel op zich zelf te taan, tegenover Europa niet alleen, maar ook tegenover de andere ïelft der beschaafde wereld, ja tegenover alle andere deelen der aarde. 3et scheen in die dagen kwalijk denkbaar dat eenige macht er wedjverend tegen op kon treden. Want niemand vermoedde in het begin ran 1848 voor welk een ontwikkeling de jonge republiek in de lieuwe wereld de grondslag had gelegd door haar jongste uitbreiding, in nog minder was iemand zich bewust, welke krachten van expansie iluimerden in het tot nog toe half beschaafde Oost-Europa.

Sluiten