Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is dit zoo gebleven. Eerst van dien tijd af begon een reactie ten gunste der Deensche nationaliteit. Het was in denzelfden tijd dat de Deensche boerenstand eindelijk van de banden der hoorigheid ontslagen werd.

Landen, zoo geïsoleerd en daarenboven' zoo noordelijk gelegen als Skandinavië, lokken weinig tot immigratie uit, en de bevolking der drie rijken was dan ook vrijwel dezelfde gebleven, even onvermeugd als hun godsdienst, die in alle drie de Luthersche was, vrijwel in denzelfden vorm waarin zij in de dagen der Reformatie tot laudskerk was gemaakt.

Zelfs in Sleeswijk woonden de Duitschers en Denen niet dooreen, maar gescheiden in verschillende districten. De overige bevolking was zuiver Deensch, evenals die in Noorwegen zuiver Noorsch was. In Zweden waren Gothen en Zweden al sinds lang samengegroeid. Doch overigens waren de drie Skandinavische nationaliteiten scherp vau elkander afgescheiden gebleven, nog meer bijna dan de drie talen, waarvan de Noorsche zich eerst sedert de losmaking van Noorwegen van Denemarken opnieuw tot een letterkundige taal begon te ontwikkelen.

De in 1814 door den wil der mogendheden tot stand gebrachte unie i van Noorwegen en Zweden bleef evenzeer een zuiver persoonlijke; de twee volken hadden een gemeenschappelijken vorst en gemeenschappelijke organen tegenover het buitenland, maar overigens niets gemeen, zelfs niet de vlag. In die dagen van langzame gemeenschap behoorden zij beide tot de minst bezochte en bekende landen van Europa.

Uiterst dan bevolkt (Zweden telde in 1840 slechts ongeveer drie, Noorwegen maar ruim één milllioen inwoners, getallen die thans bijna verdubbeld zijn), met slechts weinig steden van beteekenis en deze bijna uitsluitend aan de kust, boden zij den vreemdeling ook weinig wat hem kon aantrekken, in een tijd toen het enthousiasme voor berglanden nog weinig algemeen was. De weinige bekendheid hunner talen en hun eigen onbekendheid met die van andere volken, waren daarenboven voor de Skandinaviërs ernstige beletselen voor gemeenschap. Hun zeevaart en handel was wel uitgebreid maar geen middel om de beide natiën in haar geheel in verbinding met het buitenland te brengen. Politieke aanrakingen daarmede bezaten Zweden en Noorwegen sedert 1814 evenmin, bezittingen buitenslands bezat het laatste in het geheel niet, en die van Zweden waren kwalijk noemenswaard.

solementvan Zweden en Noorwegen na 1814.

Sluiten