Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitvinding van den cottongin in 1793 in hoe langer hoe grooter hoeveelheid) in het groot en voor den uitvoer naar Europa en andere overzeesche landen haast allen anderen landbouw had vervangen.

Die teelt vereischte een arbeid, zoowel bij den aanplant en den oogst ■ als bij de eerste bewerkingen die het vervoer mogelijk maakten, welke in dit warme, soms heete klimaat alleen door menschen die daar bijzonder tegen bestand waren kon gedaan worden, maar welke tevens betrekkelijk werktuigelijk was en geen groote intelligentie bij de arbeiders eischte. Aan die voorwaarden voldeden de negers geheel, en de kolonisatie was nauwelijks begonnen of de slavenaanvoer uit Afrika begon insgelijks. In Virginië en zelfs in Noord-Carolina waren daarenboven in vroeger tijd niet zelden ook blanke slaven, althans tegen hun wil daarheen gevoerde menschen, daarvoor gebruikt, meestal gevangenen die door de regeering gedeporteerd en aan de planters verhuurd waren voor langer of korter tijd, niet zelden ook door de slachtoffers van oplichting of valsche voorspiegelingen; maar die schoten op den duur te kort, en in het eigenlijke zuiden waren zij haast in het geheel niet te gebruiken.

Zoo bleven alleen de negers over, want de inlandsche bevolking, de roodhuiden, de Indianen, zooals ieder Europeaan op Spaausch voorbeeld haar noemde, bleef meest vijandig tegen de kolonisten en trok zich steeds meer in het binnenland terug. Zij toonde zich ook zoo weerbarstig tegen elke toenadering en tegen eiken arbeid, dat niemand er aan kon |denken haar te gebruiken. Men moest of zelf werken, of werkkrachten aanvoeren. De kolonisten in het noorden deden het eerste; klimaat, soort vau landbouw en allerlei omstandigheden brachten het van zelf mede; want uit beginsel was niemand in de 16e en 17e eeuw tegen slavernij, vooral niet van negers; die vau het zuiden deden daarentegen het laatste. Zoo ontstond er, tusschen een vrij snel toenemende blanke bevolking, een van den zwaren landarbeid verrichtende slaven. De rijkere kolonisten gebruikten ook velen van de laatsten, zoowel in het zuiden als in het noorden, voor huiselijken dienst; voor het handwerk echter, op enkele uitzonderingen na, werden vooral blanken gebruikt; veel vrijgelaten negers en halfbloeden, zoogenaamde kleurlingen, kwamen ook door dit werk aan den kost. Doch van zelf had het gebruik van slaven voor den arbeid het gevolg, dat de blanke, als hij kon, dien niet zelf verrichtte en er iets vernederends in zag. In de Spaansche en Portugeesche koloniën was die

De slavernij-

Sluiten