Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landstreken aan de uitroeiing te onttrekken, een middel, dat maar zelden en steeds voor korten tijd dienst deed. Die stammen, welke werkelijk tot vreedzaam verkeer met de blanke naburen werden gebracht, meestal een droevig overschot, gingen haast altijd ten onder door dronkenschap, ellende en besmettelijke ziekten. Waar ook de kolonisatie doordrong, overal herhaalde zich hetzelfde tooneel; de regeering zocht te vergeefs, door den bouw van een ver vooruitgeschoven linie van forten, blanken en roodhuiden op behoorlijken afstand van elkander te houden; 't duurde zelden lang of in de buurt dier forten kwamen nieuwe kolonisten zich nederzetteu en de strijd begon opnieuw. Zoolang er nog land open lag en zoolang op dat land nog Indianenstammen huisden, herhaalde zich immer hetzelfde. Langen tijd scheen het Indianen-vraagstuk een der gewichtigste te zijn, dat in Amerika aan de orde was, want het geweten van velen kwam op tegen de vernietiging van de bevolking, die de oudste rechten had op den grond, waar het Amerikaansche volk de hand op legde. Men had de overtuiging dat men onrecht pleegde en men kon dat onrecht toch niet nalaten.

Het spreekt wel van zelf dat een bevolking, welke onder dergelijke omstandigheden opgroeide, een andere moest worden dan die, welke in de kuststaten in den regelmatigen gang van het gewone dagelijksche leven verkeerde. Doch het was niet minder natuurlijk, dat, als de eerste jaren der vestiging voorbij waren, de toestanden van zelf rustiger en geregelder werden. Veel hing daarbij af van het gehalte der bewoners. De landverhuizers uit Nieuw-Engeland, New-York en Peimsylvanië waren een veel rustiger ras dan de mannen uit het zuiden, die al bij de kolonisatie van Kentuoky en Tennessee zooveel moeite hadden gegeven door hun eigenmachtigheid en willekeur. In Ohio en het overige noordwesten bestond nimmer een dergelijke wetteloosheid als bij de door het leven in de wildernis en den strijd tegen de Indianen verwilderde squatters, die de staten van het zuidwesten hadden gesticht. Niet weinigen waren er onder de "pioniers" (zooals de Amerikanen hen noemden, wij zouden "voortrekkers" kunnen zeggen), ook in het noorden, voor wie het leven in een geordende maatschappij te bezwaarlijk was en die telkens opnieuw opbraken naar verder afgelegen streken, waar de arm der wet ze niet bereiken kon. De nieuwe staten werden op die wijs als door een rij van voorposten gedekt, die steeds vooruitschoven achter de in den onophoudelijken

11

Sluiten