Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<

1 (

Nederlandsch Indië.

;n oosten en door de schrikkelijke woestijnen in het westen en noorden, ichenen zij hun zelfstandigheid tegen die machtige maar verafgelegen 3Uren nog lang te kunnen handhaven.

De in 1839 beproefde maar geheel mislukte tocht van Perowsky )tn Khiwa voor zijn rooftochten te straffen, was een afschrikwekkend /oorbeeld voor ieder die geweld tegen ze zocht aan te wenden en versterkte ze in hun overmoed. Vooreerst schenen zij niets te vreezen te hebben, en niets duidde aan, dat het gelukken zou Centraal-Azië voor den Europeeschen invloed zelfs maar te openen. Eerder scheen het dat China den zijnen daar zou handhaven. Sedert het OostTurkestan had onderworpen, was het de groote mogendheid bij uitnemendheid van het midden van het Aziatische continent. 'Lhibet was er van afhankelijk, en zijn gezag strekte zich uit tot aan de grenzen van het Britsch gebied aan den Himalaya. Evenzoo zocht het de gewesten die tusschen Achter-Indië en China in liggen, Yoennan vooral, tut geheel Chineesche landen te maken; bij de sterke aantrekkingskracht der Chineesche beschaving op de omwonende volken was het te verwachten, dat die geheele oostelijke wereld nog lang ontoegankelijk voor westersche invloeden blijken en deze laatste beperkt blijven zou tot die landen, welke geheel onder Europeesch gezag stonden, Engelsch-Indië met wat er bijbehoorde, en den Archipel.

In de laatste was het Nederlandsch gezag meer en meer geconsolideerd geworden. Reeds 111 de vorige eeuw had het oude stelsel van de Compagnie, dat alleen handelsvoordeel beoogde, moeten worden opgegeven. Java was grootendeels onder rechtstreeksch beheer gebracht, en ook op de andere eilanden moest ^Nederland zich laten gelden, wilde het niet zijn beheerschende positie verliezen. Daendels had dezelfde richting nog veel krachtiger ingeslagen, en ook het Engelsche bestuur had niet anders kunnen doen. Na den terugkeer onder Xederlandsch gezag in 1816 was die richting volgehouden. Nieuwe traktaten inet Engeland hadden Nederland meer dan vroeger gelegenheid gegeven om krachtig op te treden, en zoo was na den Java-oorlog van 1825 tot '30 en de gedeeltelijke onderwerping van Sumatra en Celebes, Nederland meester in den geheelen archipel; alleen Borneo was in het noorden geheel, in het zuiden grootendeels feitelijk zelfstandig. Zelfs het nieuwe, drukkende cultuurstelsel, dat Java meer productief moest maken dan te voren, dreef de bevolking niet tot verzet. Hoewel in alles behalve glansrijke economische toestanden verkeerend, nam zij

Sluiten