Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der verhouding tot Oostenrijk. Voor Gregorius gold dit als de macht die de Kerk beschermde; Pius daarentegen, die een hoog gevoel van zijn waardigheid had, die daarenboven alle menschen en in de eerste plaats zijn onderdanen gelukkig wilde maken, achtte die bescherming allerminst noodig, eerder een vernedering voor den Heiligen Stoel Vandaar dat hij, toen de Oostenrijkers in 1847 de stad 1 errara, wier citadel al sinds lang in hun handen was, bezetten, dat hoog opnam en er ernstig tegen protesteerde. Door de Romeinen en Italianen werd dit protest opgevat als een demonstratie, als had hij zich, als een andere Julius II, gesteld aan het hoofd van eeu heilig verliond om de vreemdelingen van ltalië's gewijden bodem te verjagen. Ln evenzeer werden de door hem toegezegde en voor een deel ook ten uitvoer gelegde hervormingen in staats- en stadsbestuur uitgelegd als bewijzen, dat hij in zijn hart een liberaal was, die zich voorbereidde om als constitutioneel vorst te regeeren.

Met al de hartstochtelijkheid die den Italianen eigen is. sloegen de Romeinen terstond tot handelen over. In druk bezochte volksvergaderingen werden allerlei wenschen geuit en den paus voorgelegd, op een wijze, die ze tot eischen maakten, tien man als (iregorius zou daartegen onmiddellijk geweld hebben gebruikt, of desnoods de Oostenrijkers hebben te hulp geroepen. Pius, die dit niet wilde, gaf liever voorloopig toe. Maar nu zag hij dat hij een weg had betreden, waarop hij noch kon blijven staan, noch oinkeeren; in een oogenblik groeide de beweging hem boven het hoofd. Onder juichkreten ter eere van den paus begon te Rome een revolutie, die levendig herinnert aan de dagen van Rienzi. Op de geheime politie-agenten en sbirreu van Gregorius en op de leden der gehate vereeniging ter verdediging van het geloof, de Sanfedisten, werd door het opgeruide volk een formeele drijfjacht gehouden, waarbij verscheidenen aan de wraakzucht ten offer vielen; alle oude middelen om de orde te handhaven faalden; de paus moest aan de burgerij toelaten een nationale garde te vormen. Zoodra het gewapend was, voelde het volk zich meester. Rome behoorde niet meer aan de Kerk maar aan de Romeinen. Een vetturino (rijtuigverhuurder) Brunetti, wiens natuurlijke welsprekendheid hem een grooten invloed op de volksvergaderingen en zich overal vormende politieke vereenigingen verschafte, en die daarom den bijnaam van Ciceruacchio droeg, werd een tijdlang de meest populaire man in Rome, terwijl een democratisch advocaat, Sterbini, een aanhanger van Mazzini, voor zich

Sluiten