Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Lombardije dat de opstand, ja de omwenteling onmiddellijk zou uitbreken, zoodra iets gebeurde, wat hoop gaf op een gunstigen uitslag. Tot zoolang oefende men geduld.

Alleen in het zuiden waren de hartstochten niet meer te bedwingen. Daar was bijna de geheele bevolking in samenzweringen vereenigd. De politie bleek machteloos, zij kon zelfs niet ontdekken van waar al de vliegende blaadjes kwamen, die, op geheime drukkerijen gedrukt, overal verspreid werden en tot oproer en omwenteling aanspoorden. Reeds in den herfst van 1847 werden onder leiding van de geheime genootschappen opstanden beproefd te Reggio in Calabrië en te Messina, die wel wegens de slechte voorbereiding mislukten, maar toch de regeering grooten angst aanjoegen. Want ditmaal werkten blijkbaar Sicilianen en Napolitanen samen. Koning Ferdinand werd bevreesd; hij deed enkele concessiën, maar een andere vrees weerhield hem verder te gaan ; bij verder toegeven aan den volkswensch zou hij gedwongen kunnen worden tegen Oostenrijk te strijden. En Oostenrijk was toch ten slotte zijn eeuige steun! Zoo bleef het bij halve maatregelen. Het volk verloor allen eerbied voor de regeering.

Intusschen ontwierpen de leiders der constitutioueele partij in Sicilië en Napels, waartoe de aanzienlijkste edelen en bijna allen die eenige opvoeding hadden genoten, zelfs talrijke geestelijken behoorden, een plan van actie. Sicilië zou vooraan gaan en de constitutie van 1812 uitroepen, dan zou Napels die van 1820 eisehen. Daarmede was uitgesproken dat de Napolitanen, heel anders dan in 1820, de zelfstandigheid van Sicilië erkenden. Üe lagere klassen, in de steden zoowel als op het land, volgden de leiders onvoorwaardelijk; zoo erg was het wanbestuur geworden, dat er niemand was, die er zich niet door verdrukt achtte.

Geheim bleef het plan niet; de regeering nam maatregelen tot tegenweer. Te Palermo, wist iedereen, zou de strijd beginnen. Arrestatiën van aanzienlijke liberalen goten slechts olie in het vuur. Den 12den Januari brak tegen den avond het oproer uit. Het duurde vier dagen; de talrijke bezetting trok zich in de forten terug, van waaruit de stad beschoten werd. Toen, den 16den, ontscheepte een Napolitaansche vloot een nieuw legerkorps; de strijd begon met groote verbittering op nieuw, alle klassen der bevolking namen er deel aan, ook talrijke boeren uit den omtrek, monniken, priesters, vrouwen en jongens, zelfs bandieten. Geplunderd werd er niet, want het volk hield zich zelf in toom, alleen de soldaten staken huizen en zelfs kloosters in

De opstand iran Sicilië.

Sluiten