Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich omsingelen. De Tuilerieëu waren niet meer te behouden. De koning en zijn familie vluchtten, onder bedekking van ruiterij, in allerijl naar Saint-Cloud; de hertogin van Orleans begaf zich met haar beide zonen en haar zwager Nemours naar het Palais Bourbon, de bekende vergaderplaats der Kamer van afgevaardigden, in de ijdele hoop, daar erkenning, steun en bescherming te vinden. De troepen en nationale gardes ontruimden de Tuilerieën, die weldra door de opgewonden volksmenigte werden overstroomd. Daar zijn toen weerzinwekkende tooneelen voorgevallen; bloed vloeide er weinig; maar de koninklijke kelders moesten het ontgelden, evenals het meubilair der staatsievertrekken. Het was een ware orgie. Een gedeelte van de veroveraars der Tuilerieën trok daarop naar de Kamer van afgevaardigden, waar toen juist de hertogin met haar kleinen stoet was binnengeleid, weldra gevolgd door groote scharen nationale gardes en gepeupel. Daar was de graaf van Parijs als koning, zijn moeder als regentes uitgeroepen; maar Lamartine, toen ter tijd de beroemdste dichter van Frankrijk en tevens de door zijn welsprekendheid meest populaire oppositieleider, die in zijn hart republikein was, eischte schorsing der zitting, zoolang de koninklijke familie aanwezig was. Bijna op hetzelfde oogenblik drongen de drommen, die van de Tuilerieën aanrukten, de zaal binnen; van alle kanten werd om de instelling eener voorloopige regeering geroepen; de hertogin kon niet aan het woord komen; zelfs Lamartine, die trachtte de menigte uit te leggen dat zulk een regeering alleen maar in last mocht hebben het land {le pays, met le penple bedoeld men, kenschetsend genoeg, steeds de Parijsche werklieden) vrij uit zijn meening te doen zeggen, werd niet gehoord. Het was een onbegrijpelijke verwarring, waarin van voortzetting der vergadering geen sprake kon zijn. De president en de meeste afgevaardigden , ook de hertogin en de prinsen en hun gevolg moesten hun heil in de vlucht zoeken; alleen een aantal (op zijn hoogst dertig) afgevaardigden der linkerzijde bleven onder de tierende volksmenigte achter. Toen werden bij acclamatie een aantal meer of minder bekende mannen als leden der voorloopige regeering uitgeroepen. Het souvereine volk van Frankrijk werd daarbij door eenige honderden studenten, werklieden en allerlei «dubieuse" personen vertegenwoordigd. De uitgeroepene waren de 83-jarige Dupont de 1'Eure, Francois Arago, de beroemde astronoom, Lamartine, Ledru Rollin, de socialistische democraat, Garnier Pagès, die zich reeds als maire van Parijs had opge-

Sluiten