Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgenden dag de maatregelen, waardoor het instellen van liet regentschap werd belet. Ook het achtereenvolgens veroveren van Tuilerieën en Palais Bourbon is blijkbaar het gevolg van voorafgaand overleg geweest. Reeds toen hadden een aantal republikeinsche leiders het instellen eeuer voorloopige regeering en, om een herhaling van het in 1830 gebeurde te voorkomen, tevens het uitroepen van de republiek vastgesteld. Het laatste bleef zoo lang uit, omdat, uitgezonderd de eigenlijke drijvers, de 1500 "rooden" en de talrijke door het woord republiek als geëlectriseerde werklieden, die zich bij dezen hadden aangesloten, eigenlijk iedereen tegen het oprichten eener republiek opzag. Maar nu de koning had afgedankt, het regentschap onmogelijk was gemaakt, schoot er niet veel anders over; een voorloopige regeeriug, alleen om het land naar zijn meening te vragen, zooals Lamartine wilde, had geen vastheid genoeg: de regeering moest een naam hebben. Dat alles hadden de "rooden" wel berekend; niemand had een plan behalve zij, en zoo vielen hun in dat opzicht de vruchten der omwenteling in den schoot, of liever, daardoor maakten zij van een manifestatie tegen een ministerie een omwenteling.

Die omwenteling had eigenlijk niemand begeerd en de vrucht dier omwenteling, de republiek, nog minder. Nu deze er eenmaal was, moest men haar wel erkennen.

Want niet alleen Parijs, maar geheel Frankrijk voegde zich als in het onvermijdelijke: er was geen mensch die tegenstand bood; noch in de departementen, noch in leger of vloot, noch in Algerië deed zich een stem van verzet of afkeuring hooren. De koning en zijn familie dachten om niets anders dan hun persoonlijke veiligheid; zij bereikten onder allerlei avonturen de grenzen en de kust, en bergden zich in het buitenland. De bevelhebbers der forten om Parijs stelden zich zonder slag of stoot ter beschikking der Voorloopige Regeering. De overige generaals en admiraals en alle burgerlijke overheden volgden : de prefecten stonden zonder verzet hun plaats aan de uit Parijs afgezonden commissarissen af. Reeds den 27,tcn kon de plechtige uitroeping der republiek op het Bastilleplein onder algemeen gejubel geschieden. 't Was alsof de wil van Parijs alleen gold en alsof die wil van Parijs bepaald werd door den wil van enkele, de volksmenigte beheerscliende drijvers. Zoo is de Februari-omweuteling een overwinniug geweest van een bijna onbeteekenend kleine en machtelooze minderheid, maar die wist wat zij wilde, over een geheel volk, dat dat niet wist.

Sluiten