Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de werklieden noodig te hebben; de vergadering stond liet wel toe, maar drong nu openlijk aan op sluiting der werkplaatsen. De commissie, welke was ingesteld om haar omtrent deze zaak voor te lichten, besloot haar rapport met een advies tot sluiting der werkplaatsen. Den Olsten werden diensvolgens bij besluit van den minister van openbare werken de nationale werkplaatsen ontbonden verklaard, echter zonder bepaling van een termijn, en den werklieden de keus gelaten tusschen dienstneming in het leger (voor de jonge ongehuwden) en vertrek naar verschillende departementen tot uitvoering van verschillende openbare werken.

De werklieden zonden den volgenden dag een aanzienlijke deputatie naar de Uitvoerende Commissie, welke door Marie te woord gestaan werd. Zij hadden reeds te voren in een adres aan de Nationale Vergadering geprotesteerd tegen een ontbinding, bewerende dat zij wel degelijk wilden werken, maar dat de regeering hun geen werk verschaffen wilde. Zij hadden gevraagd wat er van hen worden moest. Thans vielen van weerszijden harde woorden. Marie dreigde met geweld , als de werklieden de bevelen der regeering niet opvolgden. Zoo iets waren de werklieden niet gewoon, zij geraakten in de heftigste beweging. Nog in denzelfden avond hielden zij een druk bezochte vergadering op het plein van het Panthéon, waar Pujol, de spreker der deputatie, op nieuw het woord voerde, en namen daar het besluit zich te wapenen. Gedurende den geheelen nacht maakten zich de werklieden gereed tot den strijd. Een goed gedeelte was lid der nationale garde en als zoodanig in het bezit van wapenen, maar ook de andereu hadden zich daarvan sinds lang voorzien; in Februari waren een menigte wapens aan soldaten en particulieren ontnomen. Ook amunitie hadden de werklieden in groote hoeveelheden. In den morgen van den 238t,'n Juni begon als op kommaudo in alle straten, die toegang gaven tot de werkliedenkwartieren, de barricadenbouw. Pujol was in het begin de meest in het oogloopende persoon onder de aanvoerders, hoewel overigens het merkwaardige van dit oproer was, dat er eigenlijk geen leiding en toch geregelde samenwerking bestond. Door heftige anti-bouapartistische schrijvers is het toegeschreven aan een groote, door Lodewijk Bonaparte op touw gezette intrigue; het feit, dat een aantal werklieden en daaronder Pujol voor zijn verkiezing hadden geijverd, omdat Bonaparte den naam had van eigenlijk socialist te zijn, heeft daar waarschijnlijk veel toe bijgedragen.

Het Juni oproer.

Sluiten