Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Btrü< kraohtei

sloten zich meer of min vrijwillig aan. Sicilië alleen, dat het teeken tot de revolutie had gegeven, stond op zich zelf.

i- Het Oostenrijksche leger binnen den Vierhoek was zoo goed als afgesneden van de overige monarchie, alleen naar ïirol waren de verbindingen nog open, maar juist van daar kon weinig bijstand komen, omdat de weinige daar beschikbare troepen de Zwitsersche grenzen moesten in het oog houden. Want de Oostenrijksche regeeriug vreesde dat het Eedgenootschap haar vijandige houding van het vorig jaar vergelden zou door gemeene zaak met Italië te maken. Voor de echte conservatieven was de Sonderbund-oorlog slechts een schakel in de lange reeks der door de groote democratische samenzwering op touw gezette bewegingen. Een reserveleger werd aan den Isonzo gevormd, maar was nog lang niet gereed en daarenboven door de overgave van alle Venetiaansche steden volkomen van de gemeenschap met het leger in den Vierhoek afgesneden. Verdere versterkingen uit de overige landen der monarchie konden, bij den naamloos verwarden toestand die daar heerschte niet verwacht worden; het reserveleger echter nam alle troepen op, welke uit de overgegeven Venetiaansche steden waren gekomen. Deze gingen dus niet voor goed verloren, zooals de gedeserteerde ltaliaansche soldaten, maar toch verminderde beider afwezigheid Badetzky's leger tot op ruim 50,000 man.

Hoe bont ook samengesteld uit de vele nationaliteiten, die de Oostenrijksche monarchie telde, was het een uitstekend leger, welks onwankelbare trouw en strenge plichtsbetrachting bewondering afdwingt. De omwenteling, die in Oostenrijk in dien tijd in vollen gang was, oefende er niet den geringsten invloed op uit. Het streed voor den keizer en den Oostenrijkschen staat: Tschechen en Kroaten naast Duitschers en Hongaren. Zelfs enkele ltaliaansche korpsen bleven onkreukbaar trouw aan het vaandel. De officieren, hooge en lagere, gingen den soldaten daarin voor. Men zou kunnen zeggen dat de Oostenrijksche monarchie in die dagen in het leger alleen bleef voortbestaan. De aanvoerder, de oude veldmaarschalk Radetzky, was de type van een oud soldaat, de afgod zijner soldaten; hij had het voorrecht van voortreffelijk te worden ondersteund door tal van bekwame generaals en officieren. Het geheele leger was vervuld met diepe minachting voor den vijand, in wien de Oostenrijksche officieren en soldaten slechts rebellen en geen patriotten zagen. Zelfs de Sardiniërs beschouwden zij eigenlijk slechts als handlangers der

Sluiten