Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogen verlaten, gevangen en hun goederen in beslag genomen. Eindelijk (om de maat vol te maken) werd een militaire commissie ingesteld, voor welke iedereen, ook wie geen deel aan den opstand had genomen , zich had te rechtvaardigen. De geheele natie werd op die wijze, om zoo te zeggen, voor den krijgsraad gesteld! Dat alles geschiedde met een beroep op de, vroegere proclamaties, waarin Wiudischgratz bij onvoorwaardelijke onderwerping genade aangeboden had, maar verder verzet met de strengste straffen had bedreigd. Hij stoorde zich niet aan het beweren, dat bijna niemand in Hongarije van die proclamaties, welke te Schönbrunn waren uitgegeven, iets had vernomen. Zij waren gepubliceerd, verklaarde hij, dus had men er naar te handelen; thans was het te laat om zich op haar onbekendheid te beroepen.

Ondertusschen had Giirgei een verdedigende stelling bij Waitzen ingenomen. Hij was in hooge mate ontevreden met den gang van zaken en gaf van al het ongeluk de schuld aan de regeering; sommigen beweerden reeds toen, dat hij neiging had om deze ten val te brengen. Daar hij echter onontbeerlijk was, zocht Kossuth hem zoo goed het ging te bevredigen. En werkelijk gelukte dit. Gïïrgei wendde zich opeens noordwaarts tegen Schlick , die tot nog toe den Hongaren gevoelige slagen had toegebracht. In een reeks van gevechten en marschen slaagde de Hongaarsche veldheer er in hem terug te drijven. Met moeite en niet zonder groote verliezen bracht Schlick in het einde van Januari zijn korps in verbinding met Wiudischgratz, die al dien tijd werkeloos in de nabijheid van Pesth was blijven staan.

Dat hem dit nog gelukte lag vooral aan de twisten, die onder de Hongaarsche aanvoerders waren uitgebroken. Kossuth en ziju vrienden zochten een opperbevelhebber van grooten militairen naam en onverdacht revolutionnair verleden. Zij vertrouwden Görgei niet en hadden daarom onderhandelingen aangeknoopt met den in 1831 beroemd geworden Poolschen generaal Oembinski. Hoewel deze in nauwe verbinding stond met de Panslavisten en een der hoofden was der Poolsche emigratie, wier streven doeleinden beoogde, die met dat der Hongaarsche revolutionnairen weinig strookten, werd hem het opperbevel opgedragen. Om dezelfde reden had men aan Bem, die met de Poolsche democratie overhoop lag, geen anderen post willen geven dan dien van bevelhebber in Zevenbergen, wat als een verloren post gold. De uitkomst echter was een geheel andere dan verwacht werd.

Sluiten