Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel te nemen zoo goed als geen notitie genomen. Alleen had de onthouding der strenge katholieken en van vele gematigden de bijna uitsluitende verkiezing van radicalen tengevolge gehad, zoodat de Romeinsche constituante, die den 5(1,n Februari bijeenkwam, voornamelijk uit republikeinen bestond en reeds weinige dagen later, in den nacht van den 9(ll>n Februari, den paus vervallen verklaarde van de wereldlijke macht. Zoodoende werd alle minlijke schikking onder Sardinische bemiddeling uitgesloten. Het zwaard moest beslissen.

Te Gaeta was het pauselijke hof tot dezelfde uitkomst geraakt. Terwijl Gioberti's aanbod, dat door den streng katholieken Karei Albert persoonlijk was gesteund geworden, van de hand werd gewezen, werd daar den 7',f° besloten bij Oostenrijk, Frankrijk, Spanje en Napels om gewapenden bijstand tegen de revolutie te verzoeken. Karei Albert vatte die uitsluiting van Sardinië terecht als een beleediging op, en vergaf het zijn minister niet, dat hij hem daaraan had blootgesteld. Fjn niet lang daarna gebeurde iets dergelijks in Toscane. De pogingen der constitutioneele partij om weder meester te worden mislukten geheel; de groothertog liet zich bewegen de Sardinische aanbiedingen van bijstand af te wijzen; hij begaf zich naar de kust en scheepte zich den 21sle" naar Gaeta in. De republikeinsche radicalen waren nu meester van geheel Middeu-ltalië

Met alle partijen in strijd, door niemand meer gevolgd, werd Gioberti, de man die eenmaal de afgod van Italië was geweest, die gemeend had alle tegenstrijdigheden te kunnen verzoenen, nu tot aftreden gedwongen. De koning liet hem terstond vallen, toen hij met zijn eigen partij in strijd raakte. Tn den grond was hij bevreesd dat de minister al te veel gezag zou krijgen. Toch had hij zich niet over hem te beklagen gehad, want ten opzichte van de houding tegenover Oostenrijk bestond tusschen beiden geen verschil. Integendeel, Karei Albert verlangde haast nog vuriger dan de. radicalen de onmiddellijke hervatting van den strijd met Oostenrijk, terwijl daarentegen de conservatieven en gematigden en met name de militairen daartegen groot bezwaar hadden. En werkelijk, daartoe was wel reden. Het leger was alleen in aantal versterkt, maar overigens nog minder dan het vorige jaar tegen het Oostenrijksche opgewassen. En op bijstand van buiten was niet te hopen. Alleen de vrees, dat bij langer talmen, de toestand nog slechter zou worden, rechtvaardigde dan ook het plotseling opzeggen van den wapenstilstand, dat een drie weken later,

Sluiten