Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ieder van welke onder het gezag zou staan van een der koningen. Oostenrijk zou als de zesde gelden.

Dit plan, welks verwezenlijking tegelijkertijd Oostenrijks overwicht in üuitschland gevestigd zou hebben (want in dit zeventigmillioenenrijk stonden 38 millioen Oostenrijkers tegenover 32 inillioen andere Duitschers), verzekerde den overigen koningen bijna gelijke macht als Pruisen bezat, onderwierp de kleinere staten zoo goed als geheel aan de middenstaten en ontnam aan de Duitsche natie alle medewerking in het rijksgezag, terwijl het die slechts in zeer geringe mate aan de bevolking der verschillende staten liet. Dit opende dan ook zoowel Frederik Willem als den liberalen Groot-Duitschers voor goed de oogen voor de onmogelijkheid der vorming van een Duitsch-Oostenrijkscheu bondsstaat.

Welcker, de oude aanvoerder der Zuid-Duitsche liberalen, die tot nog toe tegenover velen zijner oude medestanders Groot-Duitschland verdedigd had, vond er aanleiding in om bij het aanvangen der beraadslagingen over de tweede lezing der constitutie het voorstel te doen, deze, onder opneming der door de daartoe benoemde commissie voorgestelde veranderingen, en bloc aan te nemen en terstond den koning van Pruiseu tot erfelijk keizer uit te roepen.

Een korten tijd scheen het nu, dat het onverkwikkelijk krakeel der partijen tot zwijgen gebracht en de eendracht hersteld zou worden, maar de debatten hielden zoo lang aan, dat de oude geschillen opnieuw herleefden en ten slotte een meerderheid van zeer heterogene elementen het voorstel verwierp. Gagern begreep dat op deze wijze de vergadering niets tot stand zou brengen en haalde daarom een gedeelte der keizerpartij, zooals men zijn aanhangers noemde, over, om een compromis te sluiten met dat gedeelte der radicalen, die des noods een keizer konden dulden, wanneer deze zeer beperkt was in zijn macht. Er werd besloten dat deze laatsten voor het erfelijk keizerschap zouden stemmen en dat daarentegen de Klein-Duitsche liberalen in het uit de eerste Fransche revolutie welbekende suspensief veto zouden toestemmen. Daarenboven werd besloten de tweede lezing der constitutie en der daarbij behoorende organieke wetten zonder debat te doen plaats hebben. Zoo kwam men, zij het dan ook met overboord werpen van beginselen, eindelijk tot een beslissing. Het erfelijk keizerschap werd aangenomen en daarmede, naar men geloofde, de constitutie aanneembaar gemaakt voor den toekomstigen keizer. Den

De keiierskeus.

Sluiten