Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Slees wijk voor eeuwig onontbiudbaar verklaard wilde hebben en, toen daartegen ook van Pruisische zijde verzet werd aangeteekend, de onderhandelingen afbrak en den wapenstilstand opzeide, die tegen het einde van Februari afliep. Vergeefs trachtte Engeland nog "te bemiddelen ; op den 3'len April werden de krijgsverrichtingen hervat.

Zij begonnen met het merkwaardige gevecht bij Eckernförde, niet ver van Kiel, waar op den 5"" April een Deensch linieschip en een fregat, bij een aanval op de Duitsche strand batterijen, zich te ver in de nauwe baai waagden en zich moesten overgeven, nadat het linieschip in brand was geschoten. Het in de lucht springen van dit laatste kostte een groot aantal menschenlevens. Overdreven was het vreugdebetoon in Duitschland over deze zege, behaald op den tot nu toe onoverwinlijken vijand, de Deensche marine, zeker; maar niet onbegrijpel ijk, vooral omdat de Duitsche troepen, die aan den strijd hadden deelgenomen, uit allerlei kleine Duitsche staten afkomstig waren. Het was geen Pruisische of Beiersche, maar een Duitsche overwinning, en toevallig was de meest Duitschgeziude Duitsche vorst, hertog Ernst van Saksen-Coburg-Gotha, er de opperste aanvoerder geweest. In het aantal gevechten die aan de Sleeswijk-Jutlandsche grenzen plaats hadden, namen ook niet zoozeer het Pruisische korps als de andere Duitsche troepen en de Sleeswijk-Holsteiners liet grootste aandeel. Het bruggenhoofd, waarmede de Deenen hun eilanden dekten, de Düppeler schansen, werd 13 April door lieieren en Saksen met storm ingenomen en behouden tegen de pogingen der Deenen 0111 liet te heroveren, en de Sleeswijk-Holsteinsche troepen behaalden bij Kolding zeer aanzienlijke voordeelen op de Deenen, drongen Jutland binnen en begonnen het beleg van Fredericia.

Maar de oorlog, hoe populair ook in Duitschland bij bijna alle klassen der bevolking, werd door de Pruisische regeering en uotf meer door koning Irederik Willem zeil niet dan gedwongen gevoerd; de laatste verlangde niets liever dan het staken der vijandelijkheden en leende gretig het oor aan de nieuwe Russische en Engelsche bemiddelingsvoorstellen. Met alle kracht drong hij bij de Rijksregeering aan op het aannemen daarvan, waartegen Gagern, zoolang hij nog ministerpresident was, zich met alle macht verzette. Toen de breuk tusschen hem en het larlement onheelbaar was geworden, Gagern was afgetreden en het larlement in staat van ontbinding begon te geraken, was er geen rijksregeering meer, waaraan de koning zich behoefde te

Sluiten