Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaagden van den 15drn Mei, de ontbinding der mobiele garde en de beperking der politieke clubs bekend werden, meenden haar leiders het oogenblik gekomen voor een krachtig optreden. De ontevredenheid der Parijsche en vooral der in het vorige jaar in Parijs samengestroomde werklieden, de onder hen heerschende ellende (want de toestand was nog veel te onzeker om een herleving van handel en nijverheid teweeg te brengen), boezemden hun moed in. Ledru Rollin en zijn partijgenooten in de vergadering dienden, naar aanleiding van die plannen, een voorstel in om het ministerie wegens schending der constitutie in staat van beschuldiging te stellen, en demonstraties en straattumulten schenen een hernieuwing der tooneelen van het vorige jaar aan te kondigen. Juist de vrees daarvoor echter deed de nationale garde krachtig naast de troepen optreden, zoodat de regeering zonder moeite over liet beginnende oproer meester bleef. De positie van den president werd er des te sterker door.

Nog meer misschien diende daartoe zijn vredelievend optreden tegenover Oostenrijk, waarbij de meerderheid der Nationale Vergadering, Thiers vooraan, hem trouwens krachtig ondersteunden. Want de Fransche natie wilde in geen geval een buitenlandschen oorlog, en hoe gaarne de president misschien reeds toen invloed in Italië en Duitschland zou hebben uitgeoefend, in de bestaande omstandigheden was van een handelend optreden tegen Oostenrijk geen voordeel voor Frankrijk te verwachten. Ilij verkreeg, tengevolge der debatten, die in de Nationale Vergadering over de Italiaansche quaestiën werden gevoerd, iii zekere mate de vrije hand en gebruikte die, zooals wij weten, voor de Romeinsche expeditie.

Het eerste verloop dier onderneming was echter zoo ongelukkig, dat het zich begrijpen laat, dat Ledru Rollin van de gelegenheid dacht gebruik te maken om, met meer kans van slagen, den aanval te hernieuwen. Onder beroep op het artikel der constitutie, waarin verklaard werd dat de wapens der Fransche republiek nimmer tot onderdrukking der vrijheid van een ander volk mochten worden gebruikt, klaagde hij in de vergadering nu niet alleen het ministerie, maar ook den president van schennis der constitutie aan. Tegelijk stelde hij de erkenning der Romeinsche republiek voor. 't Sprak wel van zelf, dat de vergadering, al was ook de meerderheid geenszins ingenomen met de onderneming, dit voorstel afwees. Toch toonde zij tamelijk duidelijk, hoe weinig vertrouwen zij in den president stelde. Ook bij

Sluiten