Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De legitimisten, met den beroemden advocaat Berryer aan het hooid, vereenigden zich met Odilon Barrot en zijn aanhangers en verklaarden zich voor de herziening, omdat de meerderheid van het land deze begeerde. Maar de meerderheid, welke zich op den 17<len Juli voor de herziening verklaarde, was toch slechts een van drie vijfden. Het voorstel was dus verworpen.

De intusschen voortdurend sterker wordende agitatie in het land had een waren storm van adressen tot aanbeveling der herziening teweeg gebracht, en de voorstanders trachtten nu nog sterker druk op de wederstrevende minderheid uit te oefenen. En werkelijk wisten zij in bijna alle vergaderingen der departementale raden moties ten gunste der herziening, meestal met groote meerderheid, te verkrijgen. De wil der natie was in zekeren zin duidelijk genoeg uitgesproken. Er bestond daarenboven een reden van practischen aard, die de opheffing van het herzieningsverbod gebiedend voorschreef, de onmogelijkheid om een ander voor de natie aanneinelijken candidaat te vinden, 't Stond zelfs te vreezen, dat vele burgers zich niet aan het constitutioneel verbod zouden storen en in elk geval op Napoleon zouden stemmen. Vooral zou eeu dergelijke handeling te verwachten zijn van de lagere klassen; en het is niet onwaarschijnlijk, dat dit een der drijfveeren was, welke Napoleon bewoog om zich op eens als een hartstochtelijk voorstander van het onbeperkt algemeen kiesrecht voor te doen en als een even hartstochtelijk vijand van de wet van 31 Mei, welke hij het vorig jaar zelf had aanbevolen. Evenwel, daarvoor bestond nog een andere drijfveer, die zeker veel sterker was. Door van de vergadering afschaffing dezer wet te eischen, lokte Napoleon een conliict uit, want haar toestemming was in geen geval te verwachten. En in dat conflict trad hij op als de verdediger der democratie, als de man des volks, zonder op te houden de man van het gezag te zijn. Hij kon zijn plannen dekken met den wil der natie.

Die plannen waren nu tot rijpheid gekomen. Had hij meer onbepaald kunnen rekenen op zijn ministers en meer zelfvertrouwen en energie bezeten, dan zou de in die dagen (zomer van 1851) doorhem in vereeniging met Morny, Persigny, Rouher en enkele andere aanhangers ontworpen staatsgreep misschien reeds toen zijn uitgevoerd. Thans echter werd hij verschoven.

Ook de ongeduldigsten onder ziju getrouwen erkenden, dat eerst alle regeeringsorganen in vertrouwde handen moesten zijn. Het op

Sluiten