Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dra de beide hertogdommen ontruimd waren en het voorloopig DeenschPruisisch bestuur over Slees wijk zijn ambt had nedergelegd, liet zij op den 13'len Juli het nog altijd bijeengebleven Slees wijk-Holsteinsche leger, ongeveer 30,000 man onder den uit den Pruisischen dienst getreden generaal Wilüsen, Sleeswijk binnenrukken.

Koning Frederik VII daarentegen eischte in een proclamatie van den volgenden dag de onderwerping van Holstein, ook op grond, dat de vrede van Denemarken met den Duitschen Bond onbestaanbaar was met een oorlog tusschen hem en een Duitschen staat, vooral daar die oorlog door dien staat tegen zijn eigen souverein gevoerd werd. Hij verwees Holstein, ten opzichte van zijn beweerde rechten, naar den Bond, maar beloofde tevens volkomen amnestie en bevestiging van alle in de hertogdommen in functie zijnde ambtenaren en volkomen gelijke waarborgen in Sleeswijk voor de Duitsche en de Deensche nationaliteit. Uitdrukkelijk voegde hij er bij, dat de vrees voor een inlijving van Sleeswijk in het koninkrijk hierdoor eiken grond verloor. Eeu gemengde vergadering van notabelen uit het koninkrijk en de hertogdommen zou worden opgeroepen om advies over de toekomstige regeling der onderlinge betrekkingen te geven, in zoover dat met het belang van koninkrijk en hertogdommen bestaanbaar was. Ook voor Lauenburg werd in de bijeenkomst eene dergelijke vergadering beloofd.

Deze proclamatie had echter niet de minste uitwerking, zoodat de Deenen thans ook van hun zijde Sleeswijk binnentrokken. Hun leger, onder generaal Krogh, was iets sterker dan dat van Sleeswijk-Holstein, maar het was niet deze geringe overmacht, maar het slecht beleid van deu geleerden, maar praktisch in den oorlog onervaren strategist Willisen, dat in den op 25 Juli bij Idstedt, in de nabijheid der stad Sleeswijk, geleverden slag de Deenen, na eeu langdurig gevecht, een volkomen overwinning deed behalen, en de Holsteiners dwong over hun eigen grenzen terug te trekken. Hen daar te volgen, waagden de Deenen niet, die nu echter in het onbetwist bezit van het hertogdom Sleeswijk bleven.

Doch juist het feit, dat Holstein voor de Deenen onaantastbaar bleef, versterkte den aandrang van den Russischen keizer om nu door den Duitschen Bond den koning van Denemarken in het bezit van zijn onbetwistbaar eigendom Holstein te doen herstellen. Maar de vrede van Berlijn, die door Pruisen in naam van Duitschland was

Sluiten