Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zamen, zijn eed op de grondwet te breken. De keurvorst en Hassenptiug noemden dit rebellie en vorderden dringend het binnenrukken van bondstroepen tot herstel van wat zij het wettig gezag noemden. Dit verzoek werd onmiddellijk door den Frankforter Bondsdag ingewilligd en Beieren belast, de executie te zamen met Oostenrij k uit te voeren. Dat alles geschiedde binnen weinige weken in de maand September 1850.

De geographische ligging van het keurvorstendom, dat tussehen de beide helften der Pruisische monarchie in lag, verleende daar aan een gewapend optreden van den Bond een bijzonder karakter. Werd het land door bondstroepen (en dat konden thans slechts Zuid- Duitsehe of Oostenrijksche zijn) bezet, dan sneden dezen de beide helften van Pruisen van elkander af. 't Sprak dus van zelf, dat Pruisen het niet kon dulden, allerminst in een tijd, dat een oorlog met Oostenrijk en zijn Zuid-Duitsehe bondgenooten niet onwaarschijnlijk was. Aan een rechtsgrond om zich tegen een bondsexecutie in Hessen te verzetten ontbrak het Pruisen niet.

In Hessen bestond een grondwettige bepaling, welke, ingeval van een conflict tussehen landsheer en landsvertegenwoordiging, de beslissing aan een scheidsgerecht opdroeg en dus een bondstusschenkomst overbodig maakte. Graaf Brandenburg, die tijdelijk als minister van buitenlandsche zaken fungeerde, stelde dan ook onmiddellijk aan de Hessische regeering voor. dit grondwettig middel toe te passen. Maar niet alleen bij deze, maar ook bij zijn eigen koning en bij enkele zijner ambtgenooten stiet hij daarbij op verzet. ï1 reder ik Willem van Pruisen zag in de dienstweigering der Hessische ambtenaren en officieren evenzeer een rebellie als zijn Hessische naamgenoot, en noemde hun beroep op hun eed op de grondwet een uitvlucht.

Hij wilde echter daarom allerminst een executie toelaten door een lichaam (den herstelden Bondsdag), dat hij als niet bestaande aanzag, en eischte dat alle Duitsehe vraagstukken, ook die van SleeswijkHolstein en Hessen, op vrije conferenties tussehen alle Duitsehe staten behandeld zouden worden. Zijn eigen Unie, waar Keur-Hessen toe behoorde, liet hij feitelijk daardoor vallen.

Radowitz nam in die dagen zelf het ministerie van buitenlandsche zaken op zich (26 September) en begon met een scherp protest tegen elke handeling van den Bondsdag in Keur-Hessen. Hij verklaarde in een latere nota, dat het militair belang van Pruisen een bezetting van een land, waardoor zijn etappenwegen liepen, niet toeliet.

Sluiten