Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niemand gerekend had. De Oostenrijksche regeering, hoewel anders geenszins op goeden voet met de lastige buren harer Dalmatische landen , vond het niet geraden de stamgenooten harer Slavische onderdanen te laten uitroeien, hetzij uit vrees, dat dit bij dezen volksbewegingen zou tengevolge hebben, hetzij om hun en den Turken te laten zien, dat ook Oostenrijk geen te verachten en van Rusland afhankelijke mogendheid was. Plotseling verscheen in het begin van 1853 een Oostenrijksch generaal te Constantinopel en eischte op hoogeu toon onmiddellijke staking der vijandelijkheden en inwilliging van een aantal eischen, onder bedreiging met een onmiddellijk binnenrukken van Oostenrijksche troepen in Bosnië. De Porte, die inmiddels reeds weder een ander onweder in aantocht zag, dacht er niet aan zich de vijandelijkheid van zijn natuurlijken bondgenoot op den hals te halen en gaf na eenig onderhandelen aan bijna alle eischen toe. Zoo werd Montenegro voor het oogenblik gered.

Het nieuwe onweder dat in 1853 in aantocht was, had reeds geruimen tijd aan den horizont gedreigd. Sedert Napoleon Bonaparte president was geworden , had de Fransche regeering een geheel andere houding aangenomen in de buitenlandsche zaken, dan in de dagen van Lodewijk Philips en Guizot de gewoonte was geweest. Wel was zij, behalve in Italië, nergens aggressief opgetreden, maar bijna geen vraagstuk was er geweest, waar zij niet getracht had zich in te mengen. Blijkbaar was Napoleon er op uit zich te laten gelden. Evenwel, veel succes hadden die pogingen niet gehad; in 1850 verkeerde Frankrijk nog steeds in een toestand van politiek isolement. Nergens was zijn invloed merkbaar, zelfs niet in het rijk, dat voorheen in Frankrijk zijn eenigen bondgenoot onder de christelijke staten had gezien, in Turkije. Tengevolge van den steun, dien Frankrijk aan Egypte had verleend, was de oude vriendschap geheel te niet gegaan, en de nederlaag, die de Fransche staatkunde in 1840 bij de beslissing der Egyptisch- Syrische quaestie geleden had, had den eerbied voor de Fransche macht sterk doen afnemen. In het Oosten en in de eerste plaats bij de Turksche regeering werd Rusland veel meer gevreesd, Engeland veel meer ontzien en vertrouwd.

Waarschijnlijk om het sedert 1840 sterk gedaalde prestige var Frankrijk in het Oosten te verheffen, misschien ook om de clericale partij in Frankrijk te believen, wier steun de president noodig had

Het vraagstuk der „Heilige Plaatsen".

Sluiten