Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrije handel en verkeer voorstaande liberale industrieelen was gevestigd. De naam is weldra een scheldnaam geworden. Waut die partij van vrede en welvaart stelde zich, in de vaste overtuiging, dat elke beperking van het vrije verkeer schadelijk was, met niet onbegrijpelijke overdrijving tegen elk ingrijpen van den staat op economisch gebied, uit vrees, dat wetgeving daar tot beperking zou leiden. Nog gold dat niet het groote vraagstuk der arbeidsmarkt, nog werd de Manchesterman niet vereenzelvigd met den harteloozen uitzuiger der arbeidende klassen, met den kapitalist, die geen auder belang dan dat van het kapitaal kent. Maar al heel spoedig klonk de naam van Manchesterman wel in de ooren der Engelschen als die van den kleinzieligen kramer, die, om vuil gewin, de eer der natie door gemeene buitenlanders in het slijk liet sleuren. Want allerminst voor vrede was de tijd geschapen, en allerminst was de minister, die in het liberale kabinet de buiteuLandsche zaken beheerde, er de man naar om de verbreiding van Cobdens begrippen te bevorderen. Integendeel, niemaud heeft meer dan Palmerston er toe gedaan om dat streven naar machtsuitbreiding aan te wakkeren, waaruit in het laatste gedeelte der negentiende eeuw het imperialisme is voortgekomen.

Langer dan de meeste staatslieden, al sinds 1808, had Palmerston reeds deel genomen aan het staatsbestuur, en sedert 1831 had hij, als leider der buitenlandsche politiek van Engeland, geen geringe rol gespeeld bij elke internationale gebeurtenis, als een liberaal kabinet aan het bewind was. Gewoon als hij was zijn eigen gang te gaan, en even vasthoudend als energiek, was hij niet altijd een gemakkelijk minister voor de koningin of een gemakkelijk ambtgenoot voor den premier, zooals men placht te zeggen. Zijn optreden was dikwijls zoo kras, dat hij de schrik was geworden der conservatieve kabinetten en niet zelden als de Europeesche rustverstoorder werd uitgemaakt. Een ijverig voorstander der liberale beginselen in het algemeen, vast overtuigd dat elk land het gelukkigst zou wezen als het zooveel mogelijk Engeland tot voorbeeld koos, was hij reeds in 1847 krachtig opgetreden tegen de reactionnaire richting en had in 1848 geen oogenblik geweifeld de nieuwe toestanden te erkennen en, waar hij kou, tegen reactie te beschermen. Met name in Italië, in Sicilië vooral, had hij dat gedaan. Maar alleen als de Britsche belangen daarmede overeen te brengen waren. In de Sleeswijk-Holsteinsche quaestie was zijn houding daarom niet veel anders dan die van eiken anderen Engelschen

Sluiten