Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minister, trouwens bij hem stonden de liberale begrippen veel meer op den voorgrond dan die der nationaliteit, waar het daar om gin?. In de Oostersche vraagstukken had hij zich weinig behoeven te laten gelden, de Heilige plaatsen lieten hem koud, al sloeg hij ook zeer nauwlettend eiken stap der Russische staatkunde gade. Maar het eigen Britsche prestige liet hij in geen geval aantasten. Een vrij onbeteekenende gebeurtenis te Athene, het plunderen in 1847 van het huis van Don Pacifico, een Portugeeschen jood, die te Gibraltar geboren en dus Britsch onderdaan was, had aanleiding gegeven tot een geschil met de Grieksche regeering, welke geen schadeloosstelling wilde geven. Toen vertoogen niet hielpen, riep Palmerston terstond de kanonnen te hulp. De Piraëus werd door de Britsche vloot geblokkeerd en alle Grieksche schepen in beslag genomen.

1 rankrijk en Rusland kwamen tusschenbeide, en maakten de zaak nog erger; in 1849 dreigden de betrekkingen met Frankrijk geheel afgebroken te zullen worden, en de taal der Russische diplomatie was geenszins vriendelijk. Maar Palmerston had volgehouden en ten slotte zijn zin gekregen, al werden de eischen van Don Pacifico maar in zeer geringe mate voldaan, daar het gebleken was dat hij van de schadeloosstelling een "zaakje" had gemaakt. Maar 't was onwedersprekelijk dat Engeland op het punt had gestaan van in oorlog te geraken om een zaak, die zelfs toen door arbiters gemakkelijk beslist werd. Dat gaf in Juni 1850 aan de oppositie aanleiding tot een hevigen aanval op de buitenlandsche staatkunde der regeering, die door Palmerston zoodanig werd afgeslagen, dat hij voor langen tijd de meest populaire man in Engeland werd, althans bij allen, die de eer en grootheid van het rijk boven alle andere consideratiën stelde.

In zijn beroemde rede verdedigde Palmerston zijn houding met een beroep op den plicht van elke Britsche regeering, om ook den geringsten Britschen onderdaan bescherming te verleenen, waar hij ook was. Het beroep op Britsche nationaliteit moest, riep hij «uit, denzelfden klank hebben als in de oude wereld het »Cim Rumanus sunT.

Die gelijkstelling met Oud-Rome won het hart van het Parlement niet alleen, maar ook van het Engelsche volk. De onrechtvaardigheid, waarmede Griekenland» vergrijp was gestraft met een straf die veel zwaarder was dan het misdrijf en die bovenal onschuldigen trof, de lichtzinnigheid, waarmede dat vergrijp tot een casus belli was gemaakt, kwamen evenmin in aanmerking als Gladstone's beweren, dat de Romein zich

Sluiten