Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook niet meer het eerst gedacht om de belangen van het moederland, maar om die van de betrokken kolonie zelf. üocli nu bleek het dat men die belangen in het moederland slecht kende en er regelingen trof, die, hoe welgemeend ook, tot nog grooter misstanden aanleiding gaven dan die, welke men wilde wegnemen. Zoo was het in vele koloniën met de afschaffing der slavernij gegaan, met name in ZuidAfrika. Nog meer was het daar de behandeling der inboorlingen , waaromtrent moederland en kolonie geheel verschillende begrippen koesterden. Zulke moeilijkheden konden voor een goed deel ontweken worden, als men aan de koloniën ruimer zelfbestuur gaf, meenden vele liberalen, meenden bijna overal de kolonisten zelf. Alleen door een ruime mate van aandeel aaii het bestuur, was het gelukt Canada te behouden, niettegenstaande de helft der bewoners Franschen waren en bleven en de groote Amerikaansche republiek nabuur bleef.

Nog zoo pas was dat gebleken, toen, in de jaren 1848 en '49, de Engelsche bevolking van Opper-Canada in heftige beweging was gekomen tegen wat zij de bevoorrechting der Franschen in Neder-Canada noemde en daarbij tot ergerlijke feitelijkheden, zelfs tot brandstichting van het parlementsgebouw te Montreal, was overgeslagen. Zonder uitzonderingswetten, doch met strenge rechtvaardigheid, maar ook zonder voor een oogenblik af te wijken van den constitutioneelen regel, die hem noopte zijn raadslieden uit de meerderheid der vertegenwoordiging te kiezen, had de gouverneur-generaal, lord Elgin, de onlusten bedwongen en de rust hersteld, tot groote ergernis der Tories. Lord Grey, die in het Whig-ministerie voor de koloniën had te zorgen, had toen plannen gehad om al de Engelsche koloniën met dergelijke instellingen te begiftigen. Maar sommigen was hij daarbij veel te ver gegaan, anderen, met name hier en daar den kolouisten, laug niet ver genoeg. Zoo bleven de koloniën, op Canada na, onder het bestuur der kroon, en was de regeering er verantwoordelijk aan liet moederland en niet aan de koloniale vertegenwoordiging. Want een vertegenwoordiging hadden bijna alle koloniën, zij het ook dat de wetgevende raad veelal maar zeer beperkte bevoegdheid had en maar voor een gedeelte door de bevolking, 't zij rechtstreeks, 't zij door colleges en uit kategorieën, was gekozen, en verder uit leden bestond, die door de regeering waren aangewezen. Zoo was het in de meeste West-Indische koloniën en was het ook in de Kaap-kolonie en in de Australische volkplanting.

Sluiten