Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had. onthief Frederik Willem bijna onmiddellijk daarop de voornaamste voorstanders van een verbond met de zeemogendheden van hun ambten. Zijn vriend Bunsen, de Pruisische gezant in Engeland, de minister Bonin, ja zijn broeder, de prins van Pruisen vielen in ongenade. Alleen Alexander von Humboldt bleef aan het hof den Russischen invloed bekampen.

Terwijl de diplomaten zich dus weerden en vorsten en ministers de: meest verschillende plannen maakten, waren in West-Europa de oorlogstoebereidselen begonnen. Engeland rustte een prachtige vloot uit, waartoe bijna al de nieuwe, met stoomvermogen toegeruste linieschepen behoorden, die onlangs gebouwd waren; zij was bestemd naar de Oostzee , en het Engelsche volk stelde zich niet veel minder voor dan de vernietiging van alle Russische kustverdedigingswerken en maritieme middelen. Een aanzienlijk aantal troepen zou, in gemeenschap met een evenredig Fransch legerkorps, naar Constantinopel worden gezonden , om den Turken ook te land bijstand te bieden.

Napoleons troonrede, bij de opening der zittingen van het Wetgevend Lichaam, sloeg een toon aan van rechtmatige voldoening. Voor hem was deze oorlog tegen den staat, die als het hoofd van liet reactionnaire Europa kou gelden, de grootste triomf, dien hij had kunnen hopen. Niet alleen was Frankrijk niet langer geïsoleerd, het maakte deel uit, ja, stond feitelijk aan het hoofd van een Europeesche coalitie; zonder de legitimiteit te bestrijden, had het als ?t ware alle liberalen om zich verzameld. De door den keizer ingeroepen bijstand der vertegenwoordiging gewerd hem natuurlijk in de ruimste mate, een lichting van 140,000 man, een leening van 250 inillioen francs, schorsing der amortisatie tot tijdelijke stijving der kas, al wat de regeering maar verlangde. De openbare inschrijving voor de leening (toen een nieuwigheid), werd meer dan dubbel volteekend; het publiek vertrouwde blijkbaar de regeering.

Intusschen werden de noodige verdragen gesloten: den 12'len Maart tusschen Frankrijk, Engeland en Turkije, den 101,D April tusschen Frankrijk en Engeland onderling. In het eerste viel vooral het artikel in het oog, dat den Turken een beschaafde wijs van oorlogvoeren oplegde; in het tweede datgene dat aan de contractanten het verwerven van voordeelen voor zich zelf verbood, en nog meer de verklaring omtrent de rechten der onzijdigen en de ongeldigheid eener blokkade op het papier. Het laatste stond voor Engeland met de breuk met oude be-

Begin van den oorlog. De strijd aan den Donau.

Sluiten