Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenmaal in het bezit hersteld van het wereldlijk bezit, dat door de massa der katholieken als onafscheidelijk verbonden aan het pausdom en voor het bestaan daarvan volstrekt noodzakelijk werd geacht, had de Curie de leiding der clericale beweging met vaste hand opgevat. Pius IX zelf was voor goed genezen van alle liberale neigingen, welke trouwens bij hem maar zeer geringe beteekenis hadden gehad en meer voortkwamen uit zijn warm hart en zijn door zijn priesterschap niet geheel uitgedoofd nationaal ïtaliaansch gevoel dan uit eenigen invloed van den algemeenen geest des tijds. Sedert zijn vlucht uit Rome en zijn verblijf te Gaeta was hij geheel en al contrarevolutionnair geworden en achtte hij het zijn taak den kruistocht tegen de goddelooze revolutionnaire begrippen en instellingen aan te voeren. Slechts een middel kon, meende hij, de wereld redden van de heerschappij van het revolutionnaire monster: de volstrekte onderwerping aan de Kerk. Daartoe moest deze in de eerste plaats overal waar liet mogelijk was haar heerschappij over haar verspreide onderdanen bevestigen, alle geloovigen vereenigen onder het gezag van den opperpriester. Het werk van het Concilie van Trente moest weder worden opgevat en voortgezet in den uitgebreidsten zin. Inwendige hervorming en verbeterde organisatie moesten gepaard gaan met uitbreiding van gezag, en tegelijk moest de glans en heerlijkheid der in de laatste eeuwen zoo dikwijls vernederde Kerk in de oogen der geloovigen worden verhoogd. Met name de dienst der Heilige Maagd, dat bijzondere kenmerk der vrome katholieken, moest worden verhoogd en verbreid, en aan deze openlijk en voor altijd de eer worden toegekend, welke zoovelen harer vrome vereerders haar sinds eeuwen bewezen wilden zien. Vandaar de verkondiging, in 1854, van het dogma der Onbevlekte ontvangenis, welke Pius reeds in 1849 was begonnen voor te bereiden. Zij toonde tevens hoe hoog Pius de pauselijke macht aansloeg, want de paus sprak hier eigenmachtig, wel is waar 11a ingewonnen advies, maar zonder formeele goedkeuring van de vaders der Kerk, een beslissing uit over een lang omstreden geloofspunt, zooals nog nimmer een paus zelfstandig had durven doen. Van hier tot de toekenning der onfeilbaarheid was maar één stap.

-Tegelijkertijd ging het werk der reorganisatie en tevens der versterking der Kerk, die wel in 1815 begonnen was, maar tot nog toe weinig voortgang had gehad, krachtig voort. Overal werd het ter hand genomen; in geen tijd zijn meer concordaten gesloten; sommige

Sluiten