Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd bepaald dat met de in 1851 nog niet verkochte en sedert verkregen goederen zou worden gehandeld als met de voor 1845 in beslag genomene: dat zij namelijk verkocht en voor de opbrengst een fonds van 3 püt. rente, ten bate der geestelijkheid, gevestigd zou worden.

Het concordaat was in strijd met deze bepaling, en de regeering zocht daarom onderhandelingen met Rome aan te knoopen. Maar van deze was niet veel te wachten, en de Cortes gingen hun gang en maakten een wet die den verkoop beval. Uit leidde tot open breuk met den paus en hevige beroering bij geestelijkheid en leeken en zelfs tot een Oailistischen opstand in A.rragon en Oastilie, welke echter door Odonneirs krachtig optreden spoedig onderdrukt werd.

Lastiger voor de regeering was de tegenstand der koningin, die lang weigerde haar handteekening onder de wet te plaatsen, en eerst in April 1858 voor de overreding van Espartero en Odonnell zwichtte. De progressisten stonden toen reeds op het punt, haar vervallenverklaring van den troon voor te stellen.

Die zegepraal was echter voor hen een Pyrrhus-overwinning. Zij r geraakten door hun radicale politiek hoe langer hoe meer verwijderd van de liberalen, terwijl zij toch de socialistische werklieden van Barcelona niet bevredigen konden, wier opstand een der eerste teekenen was van het binnendringen dezer begrippen in Spanje en in 't bijzonder in Catalonië, een eerste bewijs tevens van de voor niets terugdeinzende felheid waarmede die begrippen daar worden voorbestaan. De weinig krachtige wijs waarop progressistische ambtenaren bij die gelegenheid waren opgetreden, vermeerderde de achterdocht, welke velen tegen Espartero en zijn vrienden koesterden, ledereen werd nu bang voor de gevolgen van hun verder veldwinnen. Odonnell was sinds lang bereid met Espartero te breken, aan wien hij noode de eerste plaats had afgestaan en met wiens democratische begrippen hij allerminst sympathiseerde. Een aantal bepalingen der nieuwe constitutie, met name die omtrent de samenstelling van den senaat, wiens leden zouden worden gekozen, in plaats van benoemd te worden door de kroon, waren hem allerminst naar den zin. De vergadering had daarenboven allerlei organieke wetten gemaakt, welke meestal evenmin als de constitutie zelf behoorlijk in wettigen vorm aangenomen, aan de goedkeuring der koningin onderworpen en nog minder behoorlijk afgekondigd waren geweest, maar die men toch over 't algemeen als van kracht schijnt beschouwd te hebben. Daarenboven woedde de

["weede val

van Espartero.

Sluiten