Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toscane en de hertc dammen.

en ergste grief van eiken Romein, al haatte hij ze niet zoo bitter als de Oostenrijkers. Maar er kon geen sprake van zijn ze te laten aftrekken ; zij waren de eenige waarborg der herstelde regeering, terwijl daarenboven de wederzijdsche naijver reeds alleen voldoende was om de beide regeeringen de bezetting te doen handhaven.

Zoo nu en dan liet de Fransche regeering haar ontevredenheid over het niet of althans slecht nakomen der vroegere beloften bemerken, naarmate de liberale begrippen meer en meer in Frankrijk weder veld wonnen en het starre clericalisme van de Romeinsche curie bij een deel der Fransche katholieken ontevredenheid verwekte. Maar de blijken van ontevredenheid van haar beschermer brachten in de houding der pauselijke regeering niet de geringste verandering teweeg; zij wist te goed dat \ apoleon zijn soldaten niet kun doen aftrekken en dwong hem dus een stelsel te helpen handhaven, waar hij zelf in de eerste plaats tegen op kwam. Heel anders was de verhouding tot Oostenrijk, vooral sedert daar het nieuwe concordaat de stoutste wenschen der ultramontanen had overtroffen. 13e handhaving van Oostenrijks gezag in Noord-ltalië gold aan het pauselijke hof als de beste waarborg voor die der pauselijke macht, maar de zware kosten der Oostenrijksche bezetting der Legatiën werden ook door de Curie als een drukkende last ondervonden.

Dat was trouwens overal het geval waar Oostenrijksche bezettingen g waren, in Panna, in Modena, in Toscane bovenal. Oostenrijk gebruikte die bezettingen tegelijkertijd als een middel om zijn eigen oorlogslasten te verminderen en als een om zijn gezag te handhaven , juist zooals de eerste Fransche republiek en de eerste Napoleon gedaan hadden. Vandaar ook, dat het er op uit was, de sterkte dier bezettingen zoo hoog mogelijk te houden, en de pogingen van enkele regeeringen om ze kwijt te raken, zoo lang mogelijk verijdelde.

In geen land verwekte dat algemeener ontevredenheid dan in Toscane. De groothertog en zijn ministers leden er dubbel onder; zij beschouwden de bezetting als een druk en een beleediging tevens, en gevoelden dat de bestendiging er van hun eiken dag een stukje populariteit kostte. Zoo blevtn zij dan al hun best doen, om, zoo al niet geheele ontheffing, dan toch verlichting van den druk te krijgen, maar slechts met gering gevolg. Eerst in 1835, toen Oostenrijk zijn troepen in het Oosten hoog noodig had, trokken de toen tot 6000 man ver-

Sluiten