Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen koloniaal volk waren, werd zelfs in Frankrijk gehoord en geloofd. Evenwel begon op een ander punt van Afrika, op de westkust, een merkwaardig man, die in hooge mate de gaven bezat, noodzakelijk voor het bestuur eener kolonie, Faidherbe, het bezit der kolonie aan den Senegal niet alleen te verzekeren en uit te breiden, maar ook vruchtbaar te maken, en er den grond te leggen voor een later veel meer beteekenend bezit. Sinds hij in 1854 als eenvoudig bataljonschef het gouverneurschap over de tot nog toe onbeteekenende kolonie aanvaard liad, wist hij met zeer geringe middelen merkwaardige dingen tot stand te brengen, en mede te werken tot die opening van het zwarte continent , waaraan ook zijn vaderland zooveel deel zou hebben. En reeds begonnen ook in het verre Oosten de Franschen zich vast te zetten.

De droevige resultaten welke Cayenne als strafkolonie had gehad, deed naar een ander oord omzien, geschikt voor nederzettingen van gedeporteerden. Want hoezeer de ondoelmatigheid van dit stelsel ook reeds was gebleken, de Fransche regeering meende het niet te kunnen missen wegens de massa liarer politieke veroordeelden. Dit denkbeeld leidde reeds in 1853 tot het in bezit nemen van den archipel van Nieuw-Oaledonië in de Stille Zuidzee, welke tegelijk, naar men meende, wegens de betrekkelijke nabijheid van Australië, van belang zou kunnen worden voor den handel in die verre streken. Vooreerst echter waren de bezwaren van het nieuwe bezit nog zoo groot, vooral wegens den tegenstand der Kanaken, de woeste, menschenetende inboorlingen, dat er aan de organisatie eener strafkolonie in de eerste jaren in het geheel niet gedacht kon worden en men tevreden moest ziju met de handhaving van het Fransche gezag, dat in de naburige Engelsche landen met leede oogen werd aangezien.

Voorloopig bleef het dus in Frankrijk bij zeer bescheiden pogingen om de macht over zee uit te breiden. Maar de gebeurtenissen in het verre Oosten, in China en Japan, deden toch reeds plannen vormen, welke op den duur tot de vestiging der Fransche macht in Achter-Indië leidden. Doch de uitvoering dezer plantien, hoewel reeds in het jaar 1858 begonnen, viel in een tijd, welke tot een periode behoort, die wij liever later behandelen. Wij herinneren er hier slechts aan, omdat het vormen van die plannen kenschetsend is voor het Napoleontisch bestuur, dat voortdurend poogde om door allerlei nieuwe ondernemingen Frankrijk bezig te houden en het te troosten over het voortdurend gemis aan alle staatkundige vrijheid.

Sluiten