Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitschland

vóór den nieuwen tyd.

de Vereenigde Staten stuitte zelfs af op de rechteloosheid der Joden in sommige cantons. Daarin had zelfs de constitutie van 1848 geen verandering gebracht, daar deze alleen aan alle burgers, zonder onderscheid van Christelijke gezindheid, gelijke rechten toekende. De Joden, het waren trouwens maar weinigen, had men toen eenvoudig vergeten.

Er bleef dan ook nog verbazend veel te veranderen over, eer tal van in andere landen geheel verdwenen Middeleeuwsche begrippen ophielden de vrije ontwikkeling tegen te gaan. En dat, niettegenstaande men in Zwitserland overtuigd was dat men in allerlei opzichten, b. v. in het onderwijs, den meesten volken ver vooruit was. Met dat al, door de nieuwe constitutie was de afschaffing vau alle misbruiken mogelijk geworden; zij hing nu van de inwoners zelf af; waar dezen, zooals in zulke oude landen als de Woudsteden of Appenzell van zelf sprak, aan die misbruiken hingen, konden zij er echter niet toe gedwongen worden. Zoo bleef in Zwitserland oud en nieuw op de zonderlingste wijs gemengd: en niettegenstaande het nieuwe hoe langer hoe meer veld won, het oude bleef bestaan, zoolang het nog kracht van bestaan had. De gebreken eener democratische inrichting waren zeker voelbaar genoeg; de oude geslachten trokken zich overal uit de regeering terug, dikwijls tot niet geringe schade van het algemeen, omdat niet zelden in die oude geslachten nog groote kracht school. Maar de gebreken waren uiet zoo voelbaar als de voordeelen. Het Zwitserland van deze periode behoorde zonder twijfel tot de gelukkigste landen vau Europa.

Dat kou van geen land zeker minder gezegd worden dan van zijn grooten noordelijken nabuur, waar het nog altoos door meer banden mede verbonden bleef dan met eenig ander land.

Want hoewel ontegenzeggelijk de stoffelijke welvaart van Duitschland in de jaren na 1852 begon vooruit te gaan en het zich intellectueel zeer sterk bleef ontwikkelen, de onvolkomenheid der staatkundige toestanden was zoo hinderlijk, dat slechts weinigen er niet onder te lijden hadden. Nadat de eigenlijke reactie-jaren waren voorbijgegaan en van zelf de druk der zich steeds en overal belaagd achtende en daarom op alles lettende en zich met alles bemoeiende regeeringen eenigszins was afgenomen, bleef toch een toestand van algemeene onbevredigdheid bestaan, waaraan niemand, zelfs uiet de thans het bestuur

Sluiten