Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo begon de groote Russische «revolutie van boven", waarmede Alexander en zijn raadgevers, Nicolaas Miljoetine, de eigenlijke leider der emancipatie, vooraan, hoopten het onheil af te wenden, waarmede zij, en velen met hen, voorzagen, dat anders het land ontwijfelbaar zou bezocht worden als eenmaal het volk zijn ketenen verbrak. Het was een ontzaglijke onderneming, zelfs voor een zoo onbeperkte regeering als die van den keizer. Er waren bovenal twee groote bezwaren, de onwil van den adel in de eerste, en de geringe ontwikkeling der boeren in de tweede plaats. De eerste was uitermate lastig, maar de Russische adel was geen machtige stand op zich zelf, zooals de Duitsche of Oostenrijksche; hij hing veel te veel van de regeeriug af om zich op den duur te kunnen verzetten. Maar wel kon hij, en konden vele slechts gedwongen medewerkende ambtenaren insgelijks, de zaak vertragen en op allerlei wijze hinderen en bederven.

\ an een zoo onontwikkelde klasse als de Russische boeren was daarentegen te begrijpen, dat de berichten omtrent de plannen der regeering haar in sterke beroering bracht; de boeren meenden dat de keizer slechts te spreken had, en alles was afgeloopen. Men had daarvan reeds in 1856 een eigenaardig voorbeeld gezien. Toen waren een menigte boeren uit het gouvernement Ekaterinoslaw, op het gerucht, dat zij vrijverklaard en hun landerijen in de Kritn toegekend waren, uit hun woonplaatsen opgebroken en moesten met geweld worden teruggebracht. Dergelijke tooneelen kwamen in het vervolg herhaaldelijk voor. De boeren vatten niet zelden de oekase (het keizerlijk bevel), waarbij de adel werd uitgenoodigd commissies van advies in te stellen, als een vrijverklaring op, en wilden dadelijk ophouden met hun verplichtingen te vervullen; het kostte dikwijls groote moeite hen tot reden te brengen. Daarenboven waren de toestanden in de provinciën zeer verschillend; in sommige, vooral in de Poolsche en Baltische landen, zelfs geheel anders dan in de echt Russische.

In den loop van het jaar 1858 werden door den adel in de meeste gouvernementen commissies ingesteld om de regeering advies te geven, en hoewel de leden dier coinmissiën niet zelden den maatregel weinig gunstig gezind waren, zoo schikten zij zich toch in het onvermijdelijke. Evenwel niet zonder dat de keizer zoowel persoonlijk als door den minister van binnenlandsche zaken, Landskoy, hun menige krasse aanmaning deed toekomen. Met name was dat in Moskou het geval, waar de aristocratie haar hoofdkwartier had. De keizer nam

Sluiten